Dennen / Pinus
Wereldwijd zijn er ruim honderd soorten dennen (Pinus). De meeste soorten komen van nature voor op het noordelijk halfrond, waarbij Mexico en Midden-Amerika een belangrijk centrum van diversiteit vormen. De naalden staan meestal in bundels van twee, drie of vijf en verschillen per soort in lengte, kleur en vorm. De kegels kunnen sterk variëren in grootte en vorm.
De volgende Pinus-soorten zijn te bewonderen in Pinetum Quatrebras.
Pinus patula – mexicaanse treurden
Pinus patula – Mexicaanse treurden komt van nature voor in de hooglanden van Mexico, waar de soort vooral groeit op vochtige berghellingen en in bergbossen. Hij ontwikkelt zich tot een forse boom met een open kroon en valt vooral op door de lange, dunne naalden die sierlijk naar beneden hangen en de boom zijn karakteristieke, bijna treurende uiterlijk geven. De naalden staan in bundels van drie en kunnen opvallend lang worden. Jonge scheuten hebben vaak een roodbruine tint, wat in het voorjaar een mooi contrast vormt met het groene naaldwerk. De soort groeit relatief snel en wordt daarom op verschillende plaatsen in de wereld aangeplant voor de houtproductie. Ook het hout heeft een bijzonder kenmerk: de geur wordt soms als aangenaam en licht anijsachtig omschreven. In zijn natuurlijke leefgebied groeit de Mexicaanse treurden vooral in koele, vochtige bergstreken. Hij verdraagt enige lichte vorst, maar is in Nederland niet volledig winterhard en kan bij langdurige of strenge vorst schade oplopen.
Pinus aristata – vossestaartden
Pinus aristata – vossestaartden komt van nature voor in de hoge, droge berggebieden van Colorado, New Mexico en Arizona. De soort groeit op rotsachtige hellingen, vaak dicht bij de boomgrens, waar koude, harde wind en voedselarme bodems de groei sterk vertragen. Juist deze omstandigheden maken de vossestaartden bijzonder: exemplaren kunnen meer dan 2.000 jaar oud worden. De uitzonderlijke leeftijden van rond 4.000 jaar die soms aan deze soort worden toegeschreven, hebben betrekking op de nauw verwante Pinus longaeva. De boom heeft een vaak gedrongen en grillige groeivorm, met dicht opeenstaande takken en naalden die aan een vossenstaart doen denken. De blauwgroene naalden zijn bovendien herkenbaar aan kleine witte harsdruppeltjes die zich op het oppervlak kunnen vormen. De vossestaartden groeit zeer langzaam en kan daardoor onder extreme omstandigheden toch een uitzonderlijk lange levensduur bereiken. Het is daarmee een prachtig voorbeeld van hoe een moeilijke leefomgeving juist kan bijdragen aan een zeer hoge ouderdom.
Pinus armandii – Chinese den
Pinus armandii – Chinese den is een vijfnaaldige den die van nature voorkomt in de berggebieden van China, met daarnaast enkele natuurlijke populaties in Myanmar en Taiwan. De soort groeit vooral op grotere hoogte, vaak op hellingen, tussen rotsen en in koele, vochtige bergbossen. De naalden staan in bundels van vijf en zijn lang, zacht en blauwgroen, waardoor de boom een rustige, bijna zilverachtige uitstraling krijgt. Opvallend zijn de grote, stevige kegels, die vaak enkele tientallen centimeters lang kunnen worden en relatief grote, eetbare zaden bevatten. De Chinese den ontwikkelt doorgaans een open kroon en kan uitgroeien tot een forse boom. De soort is bovendien interessant vanwege haar variatie in groeivorm en de lange, zachte naalden die sterk afsteken tegen het donkere groen van andere coniferen. Door de combinatie van de grote kegels, het zachte vijfnaaldige naaldwerk en de herkomst uit de berggebieden van Oost-Azië is de Chinese den een karakteristieke soort binnen een botanische verzameling.
Pinus attenuata – knobbelden
Pinus attenuata – knobbelden komt van nature voor in het westen van Noord-Amerika, van Oregon en Californië tot het noorden van Baja California. De soort groeit op zonnige, droge en vaak voedselarme, rotsachtige bodems en is sterk aangepast aan bosbranden. De drie naalden per bundel zijn kenmerkend, maar vooral de opvallende, knobbelige kegels vallen op. Deze kunnen jarenlang aan de takken blijven zitten en openen zich vaak pas na verhitting, waardoor de zaden na een bosbrand vrijkomen. De soort is daarmee uitstekend aangepast aan gebieden waar vuur van nature onderdeel is van het ecosysteem. De boom in Pinetum Quatrebras begon als een bescheiden zaailing die uit een zaaibed werd meegenomen, aanvankelijk zonder hoge verwachtingen over zijn overlevingskansen tijdens een Nederlandse winter. Hij ontwikkelde zich echter verrassend goed en kreeg al op jonge leeftijd een fraaie kroon. Ook de frisgroene kleur van het naaldwerk maakt hem opvallend. In 2012 was nog onzeker of de zaailing zich blijvend zou handhaven, maar in 2017 stond hij er nog steeds en had hij bewezen sterker te zijn dan verwacht.
Pinus ayacahuite var. brachyptera – Mexicaanse witte den
Pinus ayacahuite var. brachyptera – Mexicaanse witte den is een vijfnaaldige den uit de berggebieden van Mexico. De oorspronkelijke beschrijving verwijst naar een tocht vanuit Durango richting Arteaga, Los Lirios en San Antonio de las Alazanes, gebieden waar deze den op ongeveer 2.000 tot 3.000 meter hoogte voorkomt. In deze koele berggebieden groeit hij samen met andere naaldbomen en kan hij uitgroeien tot een indrukwekkende boom. De naalden staan meestal in bundels van vijf en zijn lang, slank en zacht blauwgroen van kleur. Ook de grote, langwerpige kegels zijn een opvallend kenmerk. De naamgeving vraagt wel om enige voorzichtigheid: Pinus ayacahuite var. brachyptera wordt in moderne taxonomische bronnen vaak niet langer als zelfstandige variëteit erkend en wordt doorgaans bij Pinus strobiformis geplaatst. Voor oudere collecties en beschrijvingen blijft de oorspronkelijke naam echter waardevol, zeker wanneer deze specifiek aan het betreffende plantmateriaal is gekoppeld. Daardoor vertelt deze den niet alleen iets over de Mexicaanse bergflora, maar ook over de veranderende inzichten in de botanische naamgeving.
Pinus banksiana – struikden
Pinus banksiana – struikden is een taaie den uit de uitgestrekte boreale bossen van Canada en het noorden en noordoosten van de Verenigde Staten. De soort groeit tot ver noordelijk, plaatselijk zelfs tot aan de poolcirkel, en is uitstekend aangepast aan koude winters, korte groeiseizoenen en voedselarme bodems. Hij groeit vaak op droge zandgronden en rotsachtige plaatsen waar andere bomen het moeilijk hebben. De kroon is doorgaans onregelmatig en kan, vooral onder zware omstandigheden, een uitgesproken struikachtig uiterlijk krijgen. De korte, geelgroene naalden staan in bundels van twee en zijn opvallend gedraaid. Ook de kegels zijn bijzonder: ze staan vaak dicht tegen de takken aan en kunnen jarenlang gesloten aan de boom blijven zitten. Veel kegels openen zich pas bij sterke verhitting, bijvoorbeeld tijdens een bosbrand, waardoor de zaden vrijkomen. Dit maakt de struikden goed aangepast aan gebieden waar bosbranden een natuurlijke rol spelen. Juist de combinatie van extreme winterhardheid, bescheiden groeiplaats en deze bijzondere aanpassing aan brand maakt de struikden tot een karakteristieke soort van het noordelijke Noord-Amerikaanse landschap.
Pinus brutia - Rode Turkse den
Pinus brutia – rode Turkse den komt van nature voor in het oostelijke Middellandse Zeegebied, van Turkije en de Griekse Egeïsche eilanden tot Cyprus, Libanon, Syrië en delen van de Kaukasus en het Midden-Oosten. Op Cyprus is de soort een belangrijke inheemse bosboom en groeit hij vanaf vrijwel zeeniveau tot ongeveer 1.400 meter hoogte. De boom is goed aangepast aan warme, droge omstandigheden en heeft lange, slanke naalden van ongeveer 10 tot 16 centimeter, die met twee bijeenstaan en vaak licht gedraaid zijn. De kastanjebruine kegels vormen een mooi contrast met het groene naaldwerk, terwijl oudere bomen een diep gegroefde schors ontwikkelen. De rode Turkse den levert bovendien waardevol hout. Het exemplaar in Pinetum Quatrebras herinnert aan een ontmoeting met deze soort in de Cedervallei op Cyprus, waar hij samen groeit met de bijzondere Cedrus brevifolia. In Nederland is deze warmteminnende den slechts beperkt winterhard en blijft hij daardoor een kwetsbare soort.
Pinus bungeana – veelkleuren-den
Pinus bungeana – veelkleuren-den komt van nature voor in bergachtige gebieden van China, met name in het noorden en midden van het land. Daar groeit hij op rotsachtige, vaak kalkrijke bodems. Deze drie-naaldige den heeft al als jonge boom een opvallend uiterlijk. De naalden staan vrij recht naar voren, waardoor de korte twijgen wat stekelig ogen, en jonge bomen vertakken zich vaak al vroeg en kunnen daardoor een enigszins struikachtige vorm krijgen. Het meest bijzondere kenmerk is echter de schors. Naarmate de boom ouder wordt, laat deze in onregelmatige stukken los en ontstaat een schitterend mozaïek van wit, groen, geelbruin, roodbruin en paars. Daardoor doet de stam enigszins denken aan die van een plataan. In China wordt de soort al eeuwen bij tempels en andere bijzondere plaatsen aangeplant, juist vanwege de fraaie ontwikkeling van de stam.
In het Pinetum in Lewenborg, een stadswijk van Groningen, staat deze bijzondere den prominent aan het begin van de Stadsweg. De boom werd jaren geleden door tuinvriend Philip, tevens kweker van verschillende bomen in het Pinetum, bij Pieter Zwijnenburg aangeschaft. Ondanks alle zorg loopt hij hier vrijwel iedere winter enige schade op, maar toch blijft hij zich ontwikkelen. De boom werd in 1831 door Alexander von Bunge bij Beijing verzameld en naar Europa geïntroduceerd. Vooral de ontwikkeling van de veelkleurige schors maakt deze soort bijzonder: hoe ouder de boom wordt, hoe meer karakter de stam krijgt en hoe mooier het veelkleurige patroon zichtbaar wordt.
Pinus canariensis – Canarische den
Pinus canariensis – Canarische den is een karakteristieke boom van de Canarische Eilanden en komt vooral voor in de berggebieden van onder andere Tenerife, Gran Canaria, La Palma en La Gomera. De soort groeit vanaf enkele honderden meters hoogte en kan zich tot ver boven de 2.000 meter handhaven. De lange, slanke naalden staan meestal in bundels van drie en hangen sierlijk naar beneden, waardoor de boom een opvallend zachte uitstraling krijgt. De Canarische den is bovendien uitzonderlijk goed aangepast aan bosbranden. De dikke, kurkachtige schors beschermt de stam tegen de hitte en volwassen bomen kunnen na een brand opnieuw uitlopen vanuit de stam en dikkere takken. Ook de grote hoeveelheid naalden die de boom produceert, draagt bij aan zijn herkenbare verschijning. Rond de vulkaan Teide is goed te zien hoe deze soort zich heeft aangepast aan het droge, vulkanische berglandschap. In zijn natuurlijke omgeving kan de Canarische den uitgroeien tot een zeer grote boom en vormt hij een belangrijk onderdeel van de oorspronkelijke dennenbossen van de eilanden. De combinatie van enorme afmetingen, lange naalden en uitzonderlijke brandbestendigheid maakt hem tot een van de meest bijzondere dennen van Macaronesië.
Pinus cembra – alpenden
Pinus cembra – Alpenden is een karakteristieke bergboom van de Alpen en de Karpaten, waar hij op grote hoogte koude winters, sneeuw en harde wind trotseert. De soort groeit vaak samen met lariksen en kan tot dicht bij de boomgrens voorkomen. De Alpenden groeit langzaam en ontwikkelt een dichte kroon met zachte, blauwgroene naalden die in bundels van vijf staan. In de grote kegels zitten eetbare zaden, de zogenaamde pijnboompitten, die al eeuwen door mens en dier worden benut. Vooral oudere bomen kunnen indrukwekkend zijn door hun grillige groeivorm en verweerde schors, gevormd door een lang leven onder zware omstandigheden in de bergen. Het exemplaar in Pinetum Quatrebras werd in 1984 door Erik in de Alpen gevonden en staat bij de ingang van de Stadsweg, bij het poortje. Daarmee heeft deze boom niet alleen een bijzondere botanische achtergrond, maar ook een eigen stukje geschiedenis binnen het Pinetum.
Pinus contorta var. latifolia – lodgepole-den
Pinus contorta var. latifolia – lodgepole-den is een karakteristieke den van de berggebieden van West-Canada en het westen van de Verenigde Staten. De naalden staan steeds met twee bijeen en zijn duidelijk gedraaid, een kenmerk dat mooi aansluit bij de soortnaam contorta, die is afgeleid van het Latijnse contorquere, ‘verdraaien’. De naalden worden ongeveer 7 centimeter lang en kunnen meerdere jaren aan de boom blijven. Vooral de donkerbruine jonge takken vallen op tegen het frisse groen van de naalden. In het voorjaar verschijnen kleine, geelachtige mannelijke kegeltjes. De variëteit latifolia is vooral kenmerkend voor de berggebieden van het binnenland. In Noord-Amerika staat deze boom bekend als Lodgepole Pine, een naam die verwijst naar het traditionele gebruik van de rechte stammen voor palen en eenvoudige constructies. Daarmee is deze den niet alleen een kenmerkende boom van het Noord-Amerikaanse bergland, maar ook een soort met een duidelijke verbinding met het traditionele gebruik van het hout.
Pinus densiflora – Japanse rode den
Pinus densiflora – Japanse rode den is een sierlijke den die van nature voorkomt in Japan, Korea, delen van China en het Russische Verre Oosten. De soort groeit vooral op zonnige plaatsen en kan goed overweg met relatief arme en droge bodems. Kenmerkend zijn de luchtige kroon, de frisgroene naalden en vooral de roodbruine schors, die bij oudere bomen steeds meer een schilderachtig uiterlijk krijgt. De Japanse rode den wordt doorgaans niet zozeer gewaardeerd om zijn massaliteit, maar juist om zijn elegante en karaktervolle groeivorm. In Japan heeft de soort bovendien al eeuwenlang een belangrijke plaats in het landschap en de tuintraditie en wordt hij veel toegepast als sierboom. Zijn aanpassingsvermogen en verfijnde uitstraling maken hem tot een opvallende vertegenwoordiger van de Oost-Aziatische dennen.
Pinus elliottii – moerasden
Pinus elliottii – moerasden is een Noord-Amerikaanse den die van nature voorkomt in het zuidoosten van de Verenigde Staten, van South Carolina via Florida tot in het oosten van Louisiana. De soort groeit vooral in warme, vochtige gebieden, onder andere op laaggelegen vlakten, langs beken en poelen en aan de randen van moerassen. Het is een snelgroeiende boom die onder gunstige omstandigheden een rechte stam en een open, wat luchtige kroon ontwikkelt. De naalden staan met twee of drie bijeen, zijn lang en slank en kunnen tot ongeveer 25 centimeter lang worden. De kegels zijn relatief groot, hebben stevige schubben en zijn voorzien van een opvallende stekel aan de punt. De moerasden is bovendien goed aangepast aan periodieke bosbranden en kan zich in het open landschap na brand goed herstellen. De naam verwijst naar de vochtige groeiplaatsen waar de soort van nature veel voorkomt.
Pinus flexilis 'Firnament' – buigzame den
Pinus flexilis ‘Firmament’ – buigzame den is een Noord-Amerikaanse bergden die van nature voorkomt in de Rocky Mountains en omliggende berggebieden, van Canada tot Californië en New Mexico. De soort groeit vooral op droge, rotsachtige hellingen en bergkammen, vaak op plaatsen waar koude, wind en sneeuw het bomen moeilijk maken. De flexibele jonge takken waaraan de soort zijn naam flexilis te danken heeft, kunnen onder sneeuwbelasting enigszins meegeven zonder gemakkelijk te breken. De cultivar ‘Firmament’ valt op door zijn blauwgrijze naalden, die in bundels van vijf staan, en de opgaande takken die de boom een sierlijke, bijna zilverachtige uitstraling geven. Zoals veel bergdennen groeit hij relatief langzaam en ontwikkelt hij onder zware omstandigheden een compacte, karaktervolle vorm. De combinatie van de blauwgrijze naalden en de stevige, opgaande groei maakt deze cultivar bijzonder aantrekkelijk.
Pinus gerardiana – Chilgozaden
Pinus gerardiana – Chilgoza-den is een bewoner van de Westelijke Himalaya. Onlangs ontving ik van Arie foto's van bomen uit Kashmir, het noordelijke deel van India. De foto's waren gemaakt in Srinagar, de zomerse hoofdstad van Kashmir, waar de Britten vroeger de bergen opzochten om aan de hitte van India te ontsnappen. Na wat speurwerk herkenden we op de foto's de Pinus gerardiana. Deze boom trok onze aandacht, en met goede reden. De Chilgoza-den vormt grote kegels met opvallend lange, eetbare zaden van ongeveer 2,5 centimeter. Op de markten van Kinnaur in Himachal Pradesh en Kabul worden deze zaden als delicatesse verkocht en kunnen ze hoge prijzen bereiken. Aan de zaden worden bovendien verschillende geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. Ze zijn rijk aan onder andere vetten, eiwitten, vitaminen en mineralen en worden in de traditionele geneeskunde gebruikt vanwege mogelijke gunstige effecten op de huid, bij chronische gewrichtsklachten en voor de algemene vitaliteit. Ook worden ze traditioneel in verband gebracht met een stimulerende werking op de seksuele gezondheid. Voor specifieke medische claims, zoals een bewezen behandeling van erectieproblemen of een sterke verhoging van de zaadcelproductie, is echter onvoldoende wetenschappelijk bewijs. Van de schors worden onder andere manden en emmers gemaakt.
De Chilgoza-den groeit in droge, koude berggebieden op vaak ondiepe bodems en is goed aangepast aan deze omstandigheden. De soort is echter kwetsbaar geworden door overbegrazing en houtkap, onder meer voor brandstof. De boom werd in de negentiende eeuw naar Engeland geïntroduceerd en kan in geschikte omstandigheden ook in Europa groeien. Zijn eetbare zaden maken hem niet alleen botanisch interessant, maar ook van grote betekenis voor de lokale bevolking. Juist de combinatie van zijn bijzondere leefgebied, waardevolle zaden en traditionele toepassingen maakt de Chilgoza-den tot een bijzondere soort binnen de collectie.
Pinus halepensis – Aleppoden
Pinus halepensis – Aleppoden is een karakteristieke bewoner van de droge, zonnige heuvels en berghellingen rond de Middellandse Zee. Het natuurlijke verspreidingsgebied loopt van Spanje en Noord-Afrika tot Italië, Griekenland en het oostelijke Middellandse Zeegebied. De soort groeit vaak op droge, rotsachtige en kalkrijke bodems en is uitstekend aangepast aan warme, droge zomers. De Aleppoden heeft een open, luchtige kroon en relatief slanke takken, met fijne, blauwgroene naalden die meestal in bundels van twee staan. De kegels zijn kegelvormig tot eivormig en blijven vaak enkele jaren aan de boom zitten. Vooral wanneer de boom afsteekt tegen witachtige kalkrotsen komt zijn karakteristieke, mediterrane uitstraling goed tot zijn recht. De soort is bovendien goed aangepast aan bosbranden, die in het mediterrane leefgebied een natuurlijke rol spelen. In Nederland is de Aleppoden vanwege zijn behoefte aan warmte en zon en zijn beperkte winterhardheid vooral een interessante en kwetsbare soort voor de liefhebber.
Pinus hwangshanensis – Huangshan-den
Pinus hwangshanensis – Huangshan-den komt van nature voor in de berggebieden van Oost-China, onder andere in Anhui, Zhejiang, Jiangxi, Fujian en Hunan. De soort groeit vooral op zonnige bergruggen, rotsachtige hellingen en in bergbossen, meestal tussen ongeveer 600 en 3.400 meter hoogte. De Huangshan-den is goed aangepast aan arme, zure en goed doorlatende bodems en ontwikkelt vaak een brede kroon met grillig gevormde, horizontaal groeiende takken. De naalden staan in bundels van twee en zijn doorgaans vrij kort en stijf. Vooral oudere bomen kunnen een bijzonder karakteristiek silhouet krijgen. Op de beroemde Huangshan-bergen groeien veel exemplaren rechtstreeks uit spleten in het gesteente, waardoor ze een iconisch onderdeel van het Chinese berglandschap zijn geworden. Deze karakteristieke dennen hebben bovendien een belangrijke plaats in de traditionele Chinese schilderkunst, waarin de grillige bomen en rotsformaties al eeuwenlang als inspiratiebron dienen.
Pinus fenzeliana / kwangtungensis– Huangshan-den
Pinus kwangtungensis – Huangshan-den komt van nature voor in de bergachtige gebieden van Zuid- en Oost-China, waar hij groeit op rotsachtige hellingen en in bergbossen, vaak op grotere hoogte. De soort is goed aangepast aan koele omstandigheden en stenige, voedselarme bodems. Het is een groenblijvende boom die ongeveer 15 tot 25 meter hoog kan worden en een brede, onregelmatige kroon ontwikkelt. De lange, donkergroene naalden staan in bundels van vijf en geven de boom een dicht, soms wat sierlijk uiterlijk. De ovale kegels zijn relatief klein en de stam en takken kunnen sterk en grillig gevormd zijn. Vooral oudere exemplaren krijgen hierdoor een karaktervolle groeivorm. De naam Huangshan-den wordt ook gebruikt voor andere Oost-Chinese dennen, waardoor verwarring met Pinus hwangshanensis kan ontstaan; botanisch gaat het hier om twee verschillende soorten.
Pinus heldreichii – Bosnische den
In 2016 reisden we naar Bulgarije, naar het indrukwekkende Pirin-gebergte, op zoek naar een van de beroemdste Bosnische dennen van Europa: de Baikushevs-den. Deze bijzondere Pinus heldreichii staat vlak bij de Banderitsa-hut, aan de weg richting de Vihren-hut, en wordt geschat op meer dan 1.300 jaar oud. De boom werd in 1897 ontdekt en beschreven door de Bulgaarse bosbouwer Kostadin Baikushev, naar wie hij is vernoemd. Het is een van de oudste bekende naaldbomen van Europa en zeker een van de meest indrukwekkende exemplaren van de soort.
De Bosnische den is van oorsprong een bergbewoner van de Balkan en Zuid-Italië. Hij groeit op zonnige, droge en vaak rotsachtige hellingen, meestal op kalkrijke bodems, en kan tot ver boven de 2.000 meter hoogte voorkomen. Juist op plaatsen waar de omstandigheden voor veel andere bomen te zwaar worden, voelt deze den zich thuis. In het Pirin National Park vormt hij samen met onder andere de Macedonische den, fijnspar en bergden een belangrijk onderdeel van de bergbossen. Het park beslaat ruim 40.000 hectare, telt tientallen hoge bergtoppen en heeft als hoogste punt de Vihren, met 2.914 meter. Het landschap wordt gekenmerkt door diepe dalen, steile rotswanden, gletsjermeren en uitgestrekte naaldbossen.
Wij verblijven in Bansko, het schilderachtige plaatsje aan de voet van het Pirin-gebergte, op ongeveer twee uur rijden van Sofia. In de zomer is het hier een uitstekende uitvalsbasis voor bergtochten. De weg voert ons steeds hoger de bergen in. Onderweg stoppen we bij een restaurant waar we genieten van een heerlijke forel. Achter de parkeerplaats staat bovendien nog een indrukwekkende oude Bosnische den, die ons alvast een voorproefje geeft van wat verderop te zien zal zijn.
Wanneer we verder rijden, verandert het landschap voortdurend. De rechte stammen van de grove den (Pinus sylvestris) kleuren roodachtig en oranje in het zonlicht en daarachter openen zich steeds indrukwekkender uitzichten over het ongerepte bergland. Vlak voor de Vihren-hut staat dan, rechts van de weg, de Baikushevs-den. Een houten trap brengt ons naar de boom. Het enorme wortelgestel en de zware stam maken onmiddellijk indruk. Mijn broer Wil controleert met een zakdoek de stamomtrek die eerder op ongeveer 660 centimeter was gemeten. Onze meting komt daar inderdaad bij in de buurt. Bij een van de zware zijtakken meten we een doorsnede van ongeveer 120 centimeter. Het blijft bijna onvoorstelbaar dat deze boom hier al meer dan duizend jaar staat.
De Bosnische den heeft een heel eigen uitstraling. De stevige, donkergroene naalden staan met twee bijeen en blijven meerdere jaren aan de boom, waardoor de kroon dicht en vol blijft. De kegels zijn eerst groen tot blauwachtig en verkleuren later naar bruin. Jonge twijgen zijn opvallend grijsachtig. Maar vooral de stam is bijzonder. Bij jonge bomen is de schors nog vrij glad en grijs, terwijl oudere bomen een dikke, sterk opgebroken schors ontwikkelen. De onregelmatige schorsplaten vormen een soort natuurlijk mozaïek, waardoor de stam bijna iets weg heeft van een pantser of een oude stenen muur. Het is een van de kenmerken die deze den zo herkenbaar maken.
De naam heldreichii verwijst naar de Duitse botanicus Theodor von Heldreich. De soort werd in 1863 wetenschappelijk beschreven door de Zwitserse botanicus Konrad Hermann Heinrich Christ. In Bulgarije staat de soort bekend als de zwarte mura, terwijl de nauw verwante Macedonische den daar de witte mura wordt genoemd.
Het Pirin-gebergte heeft een uitzonderlijk rijke flora. Naast de Bosnische en Macedonische den groeien hier onder andere taxus, fijnspar, grove den, Bulgaarse zilverspar en bergden. De berghellingen zijn bovendien het leefgebied van dieren als gems, edelhert, ree, wild zwijn, bruine beer, wolf, vos en wilde kat. Tussen de bergen liggen talloze gletsjermeren en watervallen, waardoor het landschap voortdurend blijft verrassen.
Bij de Vihren-hut kun je de auto achterlaten en wandelingen maken die variëren van een korte tocht tot een dagwandeling door het hooggebergte. Het is een omgeving waarin je vanzelf langzamer gaat lopen en vooral gaat kijken. De rust, de zuivere berglucht en de enorme natuur maken een diepe indruk.
Naast het Pirin-gebergte is ook een bezoek aan het Rilaklooster zeker de moeite waard. Het historische plaatsje Melnik, met zijn oude straatjes en bijzondere ligging tussen de zandsteenformaties, is eveneens een mooie bestemming. En eenmaal terug in Sofia maken de gouden koepels van de Alexander Nevski-kathedraal opnieuw indruk.
Toch is er één beeld dat steeds terugkomt: de oude Baikushevs-den, daar hoog in het Pirin-gebergte. Een boom die al eeuwenlang sneeuw, wind, droogte en zomerhitte heeft doorstaan. Je staat er even bij stil dat deze den hier al stond voordat veel van de geschiedenis die wij kennen zich had afgespeeld. Misschien is dat wel het mooiste aan oude bomen: ze laten je niet alleen naar een boom kijken, maar ook naar de tijd zelf.
Pinus koraiensis 'Silveray'
Pinus koraiensis ‘Silveray’ – Koreaanse den komt van nature voor in Oost-Azië, van het Russische Verre Oosten en Korea tot het noordoosten van China en het Japanse eiland Honshu. De soort groeit vooral in koele bergbossen en vormt een forse, groenblijvende boom met een brede kroon. De naalden staan in bundels van vijf en zijn duidelijk langer dan die van de nauw verwante Alpenden (Pinus cembra). Vooral de cultivar ‘Silveray’ valt op door de opvallend zilverblauwe kleur van het naaldwerk. De lange, zachte naalden geven de boom een bijna zilverachtige uitstraling, waardoor hij binnen een verzameling dennen direct herkenbaar is. Net als andere vijfnaaldige dennen vormt de Koreaanse den grote kegels met eetbare zaden. ‘Silveray’ is in cultuur relatief zeldzaam en heeft juist door zijn bijzondere naaldkleur en elegante verschijning een rustig maar opvallend karakter.
Pinus jeffreyi – Jeffreys den
Pinus jeffreyi – Jeffreys den komt van nature voor in de berggebieden van Californië, met uitlopers naar Oregon, Nevada en het noorden van Baja California. De soort groeit op droge, rotsachtige hellingen en is goed aangepast aan warme zomers en koude winters. Het is een forse den die indrukwekkende afmetingen kan bereiken, met een rechte stam, een brede kroon en lange, blauwgroene naalden die in bundels van drie staan. Ook de grote kegels en de roodbruine, diep gegroefde schors zijn kenmerkend. Een bijzonder detail is de geur: wanneer jonge twijgen of hars worden gekneusd, komt een opvallend zoet aroma vrij dat aan vanille of ananas kan doen denken. De Jeffreys den is nauw verwant aan de ponderosaden (Pinus ponderosa) en kan daarmee worden verward. De soort is genoemd naar de Schotse plantenverzamelaar John Jeffrey, die in de negentiende eeuw in Noord-Amerika botanisch onderzoek verrichtte.
Pinus monticola – Amerikaanse witte den
Pinus monticola – Amerikaanse witte den is een grote, elegante den uit het westen van Noord-Amerika. Het natuurlijke verspreidingsgebied loopt van British Columbia en Washington via Oregon, Idaho en Montana tot in Californië. De soort groeit vooral in koele berggebieden met natte winters en droge zomers, onder andere in vochtige valleien en op berghellingen, maar kan ook op armere, rotsachtige bodems voorkomen. De naalden staan in bundels van vijf en zijn blauwgroen, zacht en relatief dun. De boom heeft doorgaans een slanke, rechte stam en een open kroon en kan onder gunstige omstandigheden indrukwekkende afmetingen bereiken; oude exemplaren kunnen meer dan 60 meter hoog worden. De grote, hangende kegels zijn eveneens kenmerkend. De Amerikaanse witte den is daarmee een van de markante vijfnaaldige dennen van het Noord-Amerikaanse berggebied en kan in het landschap een bijzonder statige verschijning zijn.
Pinus monophylla – enkelbladige den
Pinus monophylla – enkelbladige den is een bijzondere den uit het droge westen van Noord-Amerika. Van nature groeit hij vooral in de berggebieden van het Great Basin, met name in Nevada, Utah en Californië, en daarnaast in delen van Arizona en Baja California. De soort is uitstekend aangepast aan het droge klimaat en de voedselarme bodems van deze streken en vormt vaak een lage, grillig vertakte boom. De naalden zijn kort, stevig en blauwgroen en staan meestal, zoals de Nederlandse naam al aangeeft, afzonderlijk in plaats van in bundels. Daarmee is de enkelbladige den een opvallende uitzondering binnen het geslacht Pinus. De stevige kegels bevatten eetbare zaden, de zogenaamde piñonnoten, die al eeuwenlang door inheemse bevolkingsgroepen worden verzameld en gegeten. De combinatie van de enkele naald, de compacte groeivorm en de eetbare zaden maakt deze soort bijzonder herkenbaar.
Pinus mugo – bergden
Pinus mugo – bergden is een compacte en zeer sterke den uit de berggebieden van Midden- en Zuid-Europa. De soort komt van nature vooral voor in de Alpen en de Karpaten, waar hij op grote hoogte vaak tot boven de boomgrens groeit. Daar is hij goed aangepast aan sneeuw, koude en harde wind. De bergden kent een opvallende variatie in groeivorm: sommige exemplaren blijven laag en breed uitgroeien tot dichte struiken, terwijl andere een meer opgaande vorm ontwikkelen en kleine bomen kunnen worden. De stevige, donkergroene naalden staan in bundels van twee en zijn relatief kort. De takken kunnen zich dicht boven de grond vertakken, waardoor de plant ook op hellingen een compacte, beschermende groeiwijze krijgt. Juist deze combinatie van geringe hoogte, sterke takken en flexibele groeivorm maakt de bergden bijzonder geschikt voor het ruige klimaat van het hooggebergte. Ook in tuinen en landschappen wordt hij veel aangeplant als sterke, karaktervolle conifeer.
Pinus nigra subsp. pallasiana / var. caramanica - zwarte den
Op donderdag 20 maart 2014 kwamen we op de Olympos in Cyprus een bijzondere populatie zwarte dennen tegen. De botanische naam is hier wat ingewikkeld: op het informatiebord in het natuurpark stond Pinus nigra subsp. pallasiana, maar later onderzoek wees uit dat de Cypriotische populatie beter bij var. caramanica wordt ingedeeld. Pallasiana wordt tegenwoordig vooral gebruikt voor de populaties van de Krim. Gemakshalve noemen we hem hier gewoon de zwarte den.
We verbleven in Pedoulas, in het Troodosgebergte, in hotel Two Flowers. Het dorp telt maar liefst zes historische Byzantijnse kerken. In de omgeving bezochten we de Kalidonia-watervallen, waar een wandeling van ongeveer twee uur voert langs zwarte dennen, jeneverbessen en Pinus brutia. Verder omhoog veranderde het landschap plotseling en verschenen de prachtige zwart-witte stammen van de zwarte den. Dit was duidelijk geen Pinus brutia, waarvan de stam veel gelijkmatiger grijs is. De naalden staan dichter opeen en zijn meer naar voren gericht.
Vooral de oude bomen zijn indrukwekkend. De schors bestaat uit witte platen met diepe zwarte groeven, waartussen ook oranjebruine plekken kunnen voorkomen. Vaak zijn de stammen bedekt met groen of grijs mos. Van dichtbij zie je een verbazingwekkende hoeveelheid kleuren en lagen in de bast. Sommige oude exemplaren hebben een stamdoorsnede van ongeveer 1,5 meter en kunnen naar schatting enkele honderden jaren oud zijn.
Zonder dat we het aanvankelijk beseften, waren we inmiddels de Olympos, de hoogste berg van Cyprus, opgereden. De top ligt op ongeveer 1.950 meter. Er is hier zelfs een klein skigebied en in de winter kan er sneeuw vallen. Rondom het restaurant loopt onder andere een Juniperus-route, omdat hier ook Juniperus oxycedrus en Juniperus foetidissima groeien.
Een opvallend kenmerk van deze Cypriotische zwarte den is dat de hoofdstam al op jonge leeftijd kan gaan vorken. De naalden zijn ongeveer 12 cm lang, relatief stijf en draaien enigszins naar de top toe. Aan de binnenzijde zijn twee lichtere lengtestrepen zichtbaar. De Cypriotische populatie behoort tot de oostelijke vormen van Pinus nigra, die zich onder meer onderscheiden door hun stijve naalden en de opvallende papierachtige schubben rond de knoppen.
De zwarte den heeft een enorm verspreidingsgebied rond de Middellandse Zee en in Zuidoost-Europa. De westelijke vormen, waaronder subsp. salzmannii, vinden we onder andere in Spanje, Zuid-Frankrijk, Corsica en Noord-Afrika, terwijl de oostelijke vormen voorkomen in onder meer Oostenrijk, de Balkan, Bulgarije, Turkije, Cyprus en de Krim. De populatie op Cyprus vormt daarmee een bijzonder stukje van de grote variatie binnen Pinus nigra.
Pinus oocarpa – eikelden
Pinus oocarpa – eikogelden is een den uit Midden-Amerika, met een natuurlijk verspreidingsgebied van Mexico via Guatemala, Honduras en El Salvador tot Nicaragua. De soort groeit vooral in bergachtige gebieden, vaak op droge en relatief voedselarme bodems, en is goed aangepast aan warme omstandigheden en periodieke bosbranden. De naalden staan meestal in bundels van vijf, hoewel bundels van vier soms voorkomen. De kegels zijn opvallend stevig en variëren van eivormig tot breed kegelvormig. De naam oocarpa verwijst naar de eivormige vruchten of kegels en is afgeleid van de Griekse woorden voor ‘ei’ en ‘vrucht’. Bijzonder is dat de kegels vaak jarenlang aan de takken blijven zitten en pas openen wanneer de omstandigheden daarvoor geschikt zijn, onder andere na verhitting door een brand. De eikogelden kan uitgroeien tot een flinke boom en is door zijn opvallende kegels en Midden-Amerikaanse herkomst een interessante soort binnen de verzameling van Pinetum Quatrebras.
Pinus radiata – Montereyden
Pinus radiata – Montereyden komt van nature voor in een klein gebied langs de kust van Californië, onder andere rond Monterey en Santa Cruz, en op enkele eilanden voor de Californische kust. In zijn natuurlijke verspreidingsgebied is de soort relatief zeldzaam. Door zijn zeer snelle groei is hij echter op grote schaal aangeplant voor de houtproductie, onder meer in Nieuw-Zeeland, Australië, Chili en Zuid-Afrika. De Montereyden ontwikkelt een brede, dichte kroon en kan onder gunstige omstandigheden snel een forse boom worden. De naalden staan meestal in bundels van drie, zijn frisgroen en ongeveer 8 tot 15 centimeter lang. De stevige kegels zijn vaak scheef eivormig en kunnen jarenlang aan de takken blijven zitten. De soort is bovendien goed aangepast aan periodieke bosbranden; volwassen bomen kunnen vuur overleven en de warmte kan bijdragen aan het openen van gesloten kegels. Juist de combinatie van snelle groei, opvallende kegels en zijn beperkte natuurlijke verspreidingsgebied maakt de Montereyden een interessante soort binnen de collectie van Pinetum Quatrebras.
Pinus parviflora – Japanse witte den
Pinus parviflora – Japanse witte den is een zeer decoratieve den die van nature voorkomt in Japan en op het Koreaanse schiereiland. De soort groeit vooral in bergachtige gebieden en ontwikkelt zich doorgaans langzaam tot een middelgrote boom met een compacte, vaak sierlijke kroon. De naalden staan in bundels van vijf en zijn relatief kort, zacht en blauwgroen van kleur. Opvallend zijn ook de kegels, die vaak in groepjes aan de takken staan en bij rijpheid hun zaden vrijgeven. De Japanse witte den wordt al lange tijd in Japan aangeplant in tuinen en parken en speelt ook een belangrijke rol in de Japanse bonsai- en tuintraditie. Binnen de soort zijn veel cultivars en cultuurvormen ontstaan, met verschillen in groeivorm, naaldkleur en uiteindelijke grootte. Daardoor is Pinus parviflora niet alleen in zijn natuurlijke leefgebied een karakteristieke boom, maar ook binnen een verzameling bijzonder interessant door de grote variatie die binnen de soort is ontstaan.
Pinus peuce – Macedonische den
Pinus peuce – Macedonische den is een bijzondere vijfnaaldige den uit de berggebieden van de Balkan. Het natuurlijke verspreidingsgebied ligt vooral in Montenegro, Noord-Macedonië, Albanië, Kosovo, Bulgarije en het noorden van Griekenland. De soort groeit voornamelijk op grotere hoogte, vaak boven 1.000 meter, waar hij voorkomt op koele berghellingen en in bergbossen. De naalden staan in bundels van vijf en zijn relatief zacht en blauwgroen, waardoor de boom een rustige, zilverachtige uitstraling krijgt. De langwerpige kegels hangen aan de takken en kunnen bij oudere bomen opvallend groot worden. In zijn natuurlijke leefgebied ontwikkelt de Macedonische den vaak een slanke, rechte stam en kan hij uitgroeien tot een forse boom. De soort behoort tot de Europese vijfnaaldige dennen en is nauw verwant aan onder andere de Alpenden (Pinus cembra). Door zijn elegante groeivorm, zachte naalden en karakteristieke blauwgroene kleur is het een geliefde soort binnen botanische collecties.
Pinus pinea – parasolden
Pinus pinea – parasolden is een karakteristieke boom van het Middellandse Zeegebied en is vooral bekend om zijn brede, afgeronde kroon, die bij oudere bomen sterk aan een parasol doet denken. De soort groeit van nature in kustgebieden en op droge, zonnige plaatsen en is goed aangepast aan warme zomers en perioden van droogte. Jonge bomen hebben aanvankelijk een kegelvormige kroon; pas naarmate de boom ouder wordt, ontwikkelen de takken zich steeds verder zijwaarts en ontstaat de typische parasolvorm. De stevige, grijsgroene naalden staan in bundels van twee en zijn relatief lang. De grote, ronde kegels hebben enkele jaren nodig om volledig te rijpen en bevatten de bekende eetbare pijnboompitten, waarvoor de soort al eeuwenlang wordt aangeplant. Op de foto staat een jong exemplaar langs de snelweg bij Alanya in Turkije. Juist bij zo'n jonge boom is goed te zien dat de karakteristieke parasolvorm nog moet worden ontwikkeld.
Pinus ponderosa – Ponderosaden
Pinus ponderosa – Ponderosaden is een indrukwekkende den uit het westen van Noord-Amerika, met een enorm natuurlijk verspreidingsgebied dat loopt van British Columbia en Alberta in Canada tot Mexico. De soort groeit vooral in berggebieden, waar hij voorkomt op uiteenlopende bodems en onder verschillende klimaatomstandigheden. Onder gunstige omstandigheden kan deze boom meer dan 60 meter hoog worden en een indrukwekkende, rechte stam ontwikkelen. De naalden staan meestal in bundels van drie, soms van twee, en zijn lang, stevig en vaak opvallend geelgroen. De grote kegels hebben stevige schubben met kleine stekels en vallen bij rijpheid van de boom. Vooral bij oudere bomen is de schors karakteristiek: deze wordt dik, schilferig en krijgt tinten die variëren van geelbruin tot roodbruin. De schors kan bovendien een opvallende geur hebben die aan vanille of butterscotch doet denken. De naam ponderosa betekent ‘zwaar’ of ‘massief’ en verwijst naar het zware, waardevolle hout van deze forse Noord-Amerikaanse den.
Pinus pungens – Tafelbergden
Pinus pungens – Tafelbergden komt van nature voor in het Alleghenygebergte in het oosten van de Verenigde Staten, waar hij vooral groeit op droge, zonnige en rotsachtige berghellingen. Het is doorgaans een kleine tot middelgrote den met een vaak grillige groeivorm. De naalden staan in bundels van twee, zijn relatief kort en duidelijk gedraaid, terwijl de jonge scheuten in het voorjaar met hun frisse kleur opvallend afsteken tegen het oudere naaldwerk. Ook de kegels zijn bijzonder kenmerkend: ze hebben dikke, gebogen schubben met een scherpe, stekelige punt en kunnen meerdere jaren aan de takken blijven zitten. De soort is goed aangepast aan de schrale omstandigheden van zijn natuurlijke berggebied en kan op plaatsen groeien waar veel andere bomen moeilijk gedijen. In Pinetum Quatrebras staat deze bijzondere den aan het begin van de Stadsweg, direct achter het poortje, waar je onder de boom door kunt lopen.
Pinus sabiniana – Californische witte den
Pinus sabiniana – Californische witte den is een opvallende den die van nature voorkomt in Californië, vooral in droge, open bossen en op de uitlopers van de Sierra Nevada en de Coast Ranges. De soort is goed aangepast aan het warme, droge klimaat van Californië en groeit vaak op zonnige plaatsen en relatief arme bodems. De naalden staan in bundels van drie en hebben een karakteristieke grijsgroene tot blauwgrijze kleur. Ze zijn opvallend lang en dun en hangen vaak enigszins naar beneden, waardoor de boom een luchtige uitstraling krijgt. De kroon is doorgaans open en onregelmatig vertakt, met vaak lange, vrij horizontale takken. Ook de kegels zijn bijzonder: ze zijn groot, zwaar en voorzien van stevige schubben met scherpe punten. In zijn natuurlijke verspreidingsgebied staat de soort ook bekend als Gray Pine en vormt hij een kenmerkend onderdeel van de droge Californische landschappen.
Pinus sibirica – Siberische den
Pinus sibirica – Siberische den is een indrukwekkende vijfnaaldige den uit de uitgestrekte bossen van Siberië en het noorden van Mongolië, met een natuurlijk verspreidingsgebied dat ook delen van Kazachstan en China omvat. De soort groeit in een landklimaat met zeer koude winters en warme, relatief droge zomers en is daardoor bijzonder goed bestand tegen strenge vorst. De naalden staan in bundels van vijf, zijn relatief lang, zacht en blauwgroen en geven de boom een volle, enigszins zilverachtige uitstraling. De grote, eivormige kegels bevatten eetbare zaden, de bekende Siberische pijnboompitten, die in het natuurlijke verspreidingsgebied door mens en dier worden benut. De boom kan uiteindelijk een flinke hoogte bereiken en ontwikkelt een brede, statige kroon. Ondanks zijn naam is de Siberische den geen soort die uitsluitend in Siberië voorkomt; zijn uitgestrekte verspreidingsgebied omvat een groot deel van het noorden van Eurazië. Juist zijn combinatie van winterhardheid, zachte vijfnaaldige naaldwerk en eetbare zaden maakt hem tot een karakteristieke soort van de noordelijke naaldbossen.
Pinus strobiformis – Mexicaanse witte steen den
Pinus strobiformis – Mexicaanse witte steenden is een fraaie vijfnaaldige den uit de berggebieden van Mexico en het zuidwesten van de Verenigde Staten. De soort groeit vooral op grotere hoogte, waar hij voorkomt op berghellingen en in naaldbossen. Onder gunstige omstandigheden kan hij uitgroeien tot een forse boom met een slanke tot brede kroon en een karakteristieke blauwgroene uitstraling. De naalden staan in bundels van vijf en zijn relatief lang, zacht en blauwgroen. Ook de grote, langwerpige kegels vallen op; de schubben zijn vaak voorzien van lichte randen, wat de kegels een bijzonder uiterlijk geeft. Vooral de nieuwe uitlopers in de top van de boom zijn de moeite waard om te bekijken: in het voorjaar steken de frisgekleurde jonge scheuten duidelijk af tegen het oudere naaldwerk. De soort werd vroeger ook wel onder andere namen beschreven, waaronder Pinus ayacahuite var. brachyptera, wat binnen oudere collecties nog tot verwarring kan leiden. Juist de combinatie van de zachte vijfnaaldige naalden, grote kegels en opvallende voorjaarsgroei maakt deze Mexicaanse bergden bijzonder interessant.
Pinus strobus 'Green Twist' – Weymouthden
Pinus strobus ‘Green Twist’ – Weymouthden is een bijzondere cultuurvorm van de Weymouthden die vooral opvalt door de sterk gedraaide naalden. Zoals bij de soort staan de zachte, blauwgroene naalden in bundels van vijf, maar bij ‘Green Twist’ krijgen ze door hun kronkelende groei een heel ander uiterlijk. Vooral tijdens het uitlopen in het voorjaar zijn de nieuwe scheuten opvallend, wanneer de jonge naalden zich tussen het oudere naaldwerk ontvouwen. Pinus strobus komt van nature voor in het oosten van Noord-Amerika, van Canada tot het zuidoosten van de Verenigde Staten, en kan daar uitgroeien tot een zeer grote boom met een rechte stam en hoge, smalle kroon. De lange, slanke kegels hangen aan de takken. Tegenover die imposante soortvorm staat bij ‘Green Twist’ juist de grillige naaldvorm centraal, waardoor deze cultivar een speels accent vormt tussen de meer rechtlijnig groeiende dennen.
Pinus sylvestris – grove den
Pinus sylvestris – grove den is een van de meest algemene en herkenbare dennen van Europa en heeft bovendien een enorm natuurlijk verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van West-Europa tot Siberië en van Scandinavië tot Spanje en de Balkan. Ook in Nederland is de soort een belangrijke boom van vooral droge zandgronden. De grove den groeit goed op voedselarme bodems en kan onder uiteenlopende omstandigheden toch een forse boom worden. De naalden staan in bundels van twee, zijn blauwgroen en vaak licht gedraaid. Bij oudere bomen is vooral de schors opvallend: het onderste deel van de stam wordt grijsbruin en diep gegroefd, terwijl het bovenste deel een karakteristieke oranjebruine tot roodachtige kleur krijgt en vaak dun en schilferig is. De kegels zijn relatief klein en kegelvormig. Door zijn grote verspreidingsgebied kan de groeivorm sterk variëren, maar de opvallende roodbruine stamkleur maakt de soort op veel plaatsen goed herkenbaar. De grove den is daarmee een sterke en veelzijdige boom die uitstekend is aangepast aan droge en arme groeiplaatsen.
Pinus resinosa 'Nana' - rode den
Pinus resinosa ‘Nana’ – rode den is een compacte dwergvorm van de rode den die in Pinetum Quatrebras staat. De soort Pinus resinosa komt van nature voor in het zuidoosten van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten en groeit daar vooral op droge, zandige en voedselarme gronden. De naalden staan in bundels van twee, zijn stevig en relatief lang. Een bijzonder kenmerk is dat de naalden bij krachtig buigen gemakkelijk breken; daarbij komt een opvallende geur vrij die aan citroenmelisse doet denken. De jonge knoppen zijn lang en spits toegespitst en de eivormige kegels staan vaak in kleine groepjes, meestal met twee of drie bijeen. De gewone rode den kan uitgroeien tot een forse boom met een karakteristieke roodbruine schors, maar cultivar ‘Nana’ blijft veel lager en compacter. Juist deze afwijkende groeivorm maakt deze cultivar interessant binnen de verzameling en laat goed zien hoeveel variatie er binnen één dennensoort kan bestaan.
Pinus rigida – pekden
Pinus rigida – pekden komt van nature voor in het noordoosten van Noord-Amerika, vooral in de Appalachen en aangrenzende gebieden. Het is een karakteristieke drie-naaldige den die goed is aangepast aan arme, droge en vaak zure bodems en aan een leefgebied waarin bosbranden regelmatig voorkomen. De soort heeft een diep gegroefde, donkergrijze tot roodbruine schors en vaak kronkelend groeiende takken. De naalden staan in bundels van drie en zijn stevig en relatief stug. De langwerpige, rolronde kegels zijn voorzien van opvallende, naar buiten gebogen stekels en kunnen meerdere jaren aan de boom blijven zitten, vaak in groepjes. Ook de kegelvormige, donker roodbruine knoppen en de paarsrode mannelijke kegeltjes zijn kenmerkend. Na beschadiging of brand kan de pekden opnieuw uitlopen, soms vanuit de stam of oude takken. Daardoor kunnen oudere bomen meerdere stammen ontwikkelen en een sterk grillige, bijna verwrongen groeivorm krijgen. Juist deze combinatie van taaiheid, brandbestendigheid en bijzondere groeivorm maakt de pekden tot een opvallende soort binnen het geslacht Pinus.
Pinus tabuliformis – Chinese rode den
Pinus tabuliformis – Chinese rode den komt van nature voor in het noorden en noordoosten van China, waar hij vooral groeit op droge, rotsachtige berghellingen. De soort staat bekend om zijn bijzondere kroonvorm: bij oudere bomen kunnen de takken zich zo breed uitspreiden dat de kroon bijna tafelvormig wordt. De naalden staan in bundels van twee en zijn glanzend grijsgroen. De breed eivormige kegels worden ongeveer 4 tot 6 cm groot en verkleuren tijdens het rijpen van groen naar bruin; de schubben dragen kleine stekels. Ook de bast is opvallend en bevat relatief veel tanninen. In de traditionele Chinese kruidengeneeskunde zijn verschillende delen van de boom gebruikt, onder andere bij klachten rond de nieren en urinewegen en bij de verzorging van wonden en zweren. Deze toepassingen behoren tot de traditionele geneeskunde en bewijzen geen medische werking. Vooral de bijna horizontaal uitgespreide kroon geeft deze den een silhouet dat je bij weinig andere Pinus-soorten aantreft.
Pinus yunnanensis – Yunnanden
Pinus yunnanensis – Yunnanden komt van nature voor in het bergachtige zuidwesten van China, vooral in de provincie Yunnan, maar het verspreidingsgebied reikt ook tot aangrenzende delen van Sichuan, Guizhou en Tibet. De soort groeit op uiteenlopende hoogten en kan zich daardoor aan verschillende omstandigheden aanpassen. Het is een middelgrote tot grote den met een doorgaans open kroon. De naalden staan in bundels van drie, zijn relatief lang en stevig en hebben een grijsgroene tot blauwgroene kleur. De kegels zijn eivormig tot kegelvormig en hebben stevige schubben. De soort is binnen de verzameling bijzonder vanwege haar Chinese herkomst en haar vermogen om onder verschillende omstandigheden te groeien. Van de Yunnanden zijn in Pinetum Quatrebras bovendien veel exemplaren opgekweekt, waarvan verschillende bomen inmiddels een nieuwe plek hebben gekregen in andere collecties. Zo zijn exemplaren terechtgekomen bij de Hortus, Arboretum Oostereng, het HD-park en bij Wil Leber in Borger. Op die manier leeft het materiaal uit Quatrebras op meerdere plaatsen verder.
Pinus thunbergii – Japanse zwarte den
Pinus thunbergii – Japanse zwarte den komt van nature voor in Japan en Zuid-Korea, vooral in kustgebieden en op zonnige, vaak schrale groeiplaatsen. Het is een sterke, wintergroene den met een donkere, ruwe schors en stevige, donkergroene naalden die in bundels van twee staan. Bij jonge bomen valt de stijf rechtopstaande topscheut op, terwijl de zilverkleurige, vaak opvallend grote knoppen een goed herkenningskenmerk vormen. De mannelijke kegeltjes staan in kransen rond de jonge twijgen en geven in het voorjaar een opvallend beeld. Naarmate de boom ouder wordt, ontwikkelt hij een brede, grillige kroon en krijgt de donkere schors steeds meer karakter. In Japan is de soort bijzonder geliefd als tuinboom en wordt hij veel toegepast in de bonsaikunst, waar juist de stevige takken, donkere schors en sterke uitstraling goed tot hun recht komen. In Pinetum Quatrebras zijn in 2021 drie zaailingen opgekweekt uit een kegel die uit de tuin afkomstig was.
Pinus wallichiana – tranenden
Pinus wallichiana – tranenden is een karakteristieke vijfnaaldige den uit de berggebieden van de Himalaya. Het natuurlijke verspreidingsgebied loopt van Afghanistan en Pakistan via Noord-India en Nepal tot Bhutan, waar de soort vooral op berghellingen en in bergbossen groeit. De boom kan op grote hoogte voorkomen en is goed aangepast aan koude winters en wisselende bergomstandigheden. Het meest opvallende kenmerk zijn de lange, slanke naalden, die in bundels van vijf staan en vrijwel direct vanaf de twijgen sierlijk naar beneden hangen. Ze zijn blauwgroen tot grijsgroen en blijven doorgaans ongeveer twee jaar aan de boom. De kegels zijn langwerpig en hangen eveneens aan de takken. De tranenden kan uitgroeien tot een grote boom met een brede kroon en een opvallend elegante groeiwijze. In Pinetum Quatrebras staat deze boom in de eerste bocht van de Stadsweg. Hij is inmiddels breed uitgegroeid en eigenlijk te groot geworden voor de beschikbare ruimte, maar juist zijn afhangende takken en lange naalden maken hem tot een opvallende verschijning.
Pinus flexilis - witte den / buigzame den
Pinus flexilis – buigzame den komt van nature voor in de berggebieden van het westen van Noord-Amerika, van Canada tot Californië en New Mexico. De soort groeit vaak op droge, rotsachtige en winderige hellingen en bergkammen, waar hij goed is aangepast aan koude winters, korte groeiseizoenen en barre omstandigheden. Afhankelijk van de groeiplaats kan de boom ongeveer 10 tot 25 meter hoog worden en ontwikkelt hij vaak een brede, onregelmatige kroon. De naalden staan in bundels van vijf, zijn zacht, relatief dun en blauwgroen en blijven meerdere jaren aan de boom. De langwerpige kegels zijn ongeveer 8 tot 15 centimeter lang en bevatten eetbare zaden, die onder andere door vogels en kleine zoogdieren worden verspreid. De naam flexilis, Latijn voor ‘buigzaam’, verwijst naar de flexibele jonge takken die onder invloed van sneeuw en wind kunnen meebuigen zonder gemakkelijk te breken. Juist die combinatie van buigzaamheid, winterhardheid en het zachte vijfnaaldige naaldwerk maakt de buigzame den goed herkenbaar.
Pinus pinaster - zee den
Pinus pinaster – zeeden is een karakteristieke den van het westelijke en zuidwestelijke deel van Europa en het Middellandse Zeegebied. Het natuurlijke verspreidingsgebied omvat onder andere Spanje, Portugal, Frankrijk en Italië, waar de soort vaak groeit in kustgebieden en op droge, zandige of rotsachtige bodems. De zeeden kan uitgroeien tot een forse, groenblijvende boom van ongeveer 20 tot 30 meter hoog, met een brede en vaak onregelmatige kroon. De stam krijgt bij oudere bomen een dikke, donkergrijze tot roodbruine schors die diep gegroefd raakt en de boom goed beschermt tegen de warmte van bosbranden. De naalden staan in bundels van twee en zijn opvallend lang, stevig en donkergroen; ze kunnen ongeveer 10 tot 20 centimeter lang worden. Ook de grote, zware kegels zijn kenmerkend en kunnen tot ongeveer 20 centimeter lang worden. De combinatie van de grove naalden, grote kegels en dikke schors geeft de zeeden een robuust uiterlijk dat goed past bij het droge en vaak ruige landschap waarin hij van nature voorkomt.
Pinus montezumae - montezuma-den
Pinus montezumae – Montezumaden is een indrukwekkende vijfnaaldige den uit de berggebieden van Mexico en delen van Midden-Amerika. De soort groeit vooral op grotere hoogten, waar het klimaat koeler en vochtiger kan zijn dan in de lager gelegen gebieden. Het natuurlijke verspreidingsgebied loopt van Mexico tot Guatemala en omvat vooral bergbossen en vulkanische hooglanden. De boom kan zeer groot worden en ontwikkelt een brede, open kroon met stevige takken. De naalden staan meestal in bundels van vijf en zijn opvallend lang, soepel en frisgroen tot donkergroen; ze kunnen ongeveer 30 centimeter lang worden en geven de boom daardoor een volle, zachte uitstraling. Ook de kegels zijn indrukwekkend: ze zijn groot en zwaar, eivormig tot langwerpig en hebben dikke, stevige schubben. De stam krijgt naarmate de boom ouder wordt een dikke, donkergrijze tot roodbruine schors. Door zijn grote afmetingen, zeer lange naalden en forse kegels is de Montezumaden een van de opvallendere soorten binnen de vijfnaaldige dennen.
Pinus engelmannii- Engelmann-den
Pinus engelmannii – Engelmannden is een karakteristieke den uit de berggebieden van het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico. De soort komt vooral voor in Arizona, New Mexico en de Mexicaanse deelstaten Chihuahua, Sonora en Durango, meestal op hoogten van ongeveer 1.500 tot 2.700 meter. Hij groeit daar in droge bergbossen, vaak samen met andere dennen en eiken, en is goed aangepast aan grote verschillen tussen warme dagen en koude nachten. De boom kan ongeveer 30 meter hoog worden en ontwikkelt een brede, open kroon. De naalden staan in bundels van drie, zijn relatief lang en hebben een opvallende blauwgroene kleur. Ook de kegels zijn groot en stevig en dragen bij aan het karakteristieke uiterlijk van de soort. De Engelmannden is genoemd naar de Duitse botanicus en arts George Engelmann, die veel onderzoek deed naar de flora van Noord-Amerika. Door zijn lange naalden, forse kegels en herkomst uit de berggebieden van het zuidwesten is het een interessante soort binnen de verzameling van Pinetum Quatrebras.
Pinus patula – mexicaanse treurden · Pinus aristata – vossestaartden · Pinus armandii – Chinese den · Pinus attenuata – knobbelden · Pinus ayacahuite var. brachyptera – Mexicaanse witte den · Pinus banksiana – struikden · Pinus brutia - Rode Turkse den · Pinus bungeana – veelkleuren-den · Pinus canariensis – Canarische den · Pinus cembra – alpenden · Pinus contorta var. latifolia – lodgepole-den · Pinus densiflora – Japanse rode den · Pinus elliottii – moerasden · Pinus flexilis 'Firnament' – buigzame den · Pinus gerardiana – Chilgozaden · Pinus halepensis – Aleppoden · Pinus hwangshanensis – Huangshan-den · Pinus fenzeliana / kwangtungensis – Huangshan-den · Pinus heldreichii – Bosnische den · Pinus koraiensis 'Silveray' · Pinus jeffreyi – Jeffreys den · Pinus monticola – Amerikaanse witte den · Pinus monophylla – enkelbladige den · Pinus mugo – bergden · Pinus nigra subsp. pallasiana · Pinus oocarpa – eikelden · Pinus radiata – Montereyden · Pinus parviflora – Japanse witte den · Pinus peuce – Macedonische den · Pinus pinea – parasolden · Pinus ponderosa – Ponderosaden · Pinus pungens – Tafelbergden · Pinus sabiniana – Californische witte den · Pinus sibirica – Siberische den · Pinus strobiformis – Mexicaanse witte steenden · Pinus strobus 'Green Twist' – Weymouthden · Pinus sylvestris – grove den · Pinus resinosa 'Nana' · Pinus rigida – pekden · Pinus tabuliformis – Chinese rode den · Pinus thunbergii – Japanse zwarte den · Pinus yunnanensis – Yunnanden · Pinus wallichiana – tranenden · Pinus flexilis - buigzame den · Pinus pinaster - zee den · Pinus montezumae - montezuma-den · Pinus engelmannii- Engelmann-den