Spar / Picea
Wereldwijd zijn er ongeveer 35 tot 40 soorten sparren (Picea). Het Pinetum heeft hiervan 37 soorten en variaties. Sparren komen van nature voornamelijk voor op het noordelijk halfrond. In tegenstelling tot zilversparren (Abies) hangen de kegels bij sparren naar beneden en vallen ze bij rijping als geheel van de boom. De schors is bij veel soorten schilferig of ruw en kan sterk verschillen in kleur en structuur. De volgende Picea-soorten zijn te bewonderen in Pinetum Quatrebras.
Picea abies 'Acrocona' – Fijnspar
Picea abies ‘Acrocona’ – fijnspar is een bijzondere cultuurvorm van de gewone fijnspar, die vooral opvalt door zijn compacte, onregelmatige groeiwijze en de opvallende kegels aan het uiteinde van de jonge scheuten. In het voorjaar verschijnen deze kegels eerst helder rood tot roodpaars en vormen ze een prachtig contrast met het frisse groen van de naalden. Later in het seizoen verkleuren ze naar bruin en vallen ze daardoor minder sterk op. Ook de onregelmatige vertakking geeft deze fijnspar een karakteristiek uiterlijk, waardoor hij duidelijk verschilt van de meer regelmatig groeiende gewone fijnspar. ‘Acrocona’ werd vóór 1890 als afwijkende vorm gevonden in een bos bij het Zweedse Uppsala en is sindsdien uitgegroeid tot een geliefde sierboom in tuinen en bijzondere plantencollecties. De naam Acrocona verwijst naar de opvallende plaats waar de kegels verschijnen: aan de uiteinden van de takken. Juist deze vroege, kleurrijke kegels maken de cultivar in het voorjaar bijzonder aantrekkelijk en gemakkelijk herkenbaar.
Picea abies 'Pendula Major' – Treurfijnspar
Picea abies ‘Pendula Major’ – treurfijnspar is een bijzondere treurvorm van de gewone fijnspar, die vooral opvalt door de lange, sierlijk afhangende takken. De takken groeien sterk naar beneden en kunnen na verloop van tijd vrijwel als een groene gordijn om de stam hangen. Afhankelijk van de standplaats en de manier waarop de boom wordt opgekweekt, kan de vorm een smalle, opgaande kroon ontwikkelen of juist breed over de grond uitwaaieren. De donkergroene naalden blijven het hele jaar aan de takken en vormen samen met de sterk neerwaarts groeiende scheuten een dicht en opvallend silhouet. Juist deze elegante, wat dramatische groeiwijze maakt ‘Pendula Major’ tot een bijzondere verschijning in een verzameling van coniferen. De cultivar laat goed zien hoeveel variatie binnen één soort kan ontstaan: waar de gewone fijnspar een rechte, statige boom vormt, verandert ‘Pendula Major’ dezelfde soort in een karaktervolle treurboom.
Picea asperata var. notabilis – Drakenspar
Deze bijzondere Picea asperata var. notabilis (drakenspar) komt uit een klein verspreidingsgebied in West-Sichuan in China. De variëteit die wij destijds als Picea asperata var. notabilis ontvingen, werd in 1998 door Nico Schellevis aan ons geschonken. In die tijd was het vrijwel onmogelijk om zelf bomen uit China te verzamelen, waardoor we bijzonder blij waren met dit zakje zaad. Met veel zorg zijn de zaden opgekweekt en inmiddels staan er nog acht exemplaren in het Pinetum Quatrebras. De bomen doen het uitstekend en zijn inmiddels een sieraad voor de tuin. Sommige exemplaren vormen meerdere kopscheuten, terwijl andere juist één duidelijke hoofdscheut hebben.
Jarenlang bleef voor mij de vraag bestaan waarom Picea asperata in het Nederlands drakenspar wordt genoemd. In het voorjaar van 2018 kreeg ik daar eindelijk een antwoord op. In april verschenen aan de boom de rechtopstaande, purperen vrouwelijke kegels, die in eerste instantie sterk aan die van een zilverspar doen denken. Naarmate het seizoen vorderde, werden ze zwaarder en gingen ze hangen. Opvallend was dat ze vaak met drie of vier bij elkaar stonden. Plotseling zag ik de overeenkomst: die groepjes kegels leken op de klauwen van een draak. Het is een persoonlijke verklaring voor de naam, maar sindsdien kan ik de boom nauwelijks nog anders bekijken.
De draak heeft in China bovendien een bijzondere betekenis. Hij is het vijfde dier in de twaalfjarige Chinese dierenriem en staat ook symbool voor de keizer. Het teken is er zeer populair en wordt als gunstig beschouwd. Vooral het idee dat een kind onder het teken van de draak geboren wordt, spreekt veel ouders aan. In een Chinees drakenjaar is daarom vaak een duidelijke stijging van het aantal geboorten te zien.
Op de eerste foto zijn zowel de mannelijke als vrouwelijke bloeiwijzen goed zichtbaar. De spar is eenhuizig, wat betekent dat beide typen bloeiwijzen op dezelfde boom voorkomen. De jonge naalden kunnen bij het uitlopen een violetachtige tint hebben, die mooi aansluit bij de kleur van de mannelijke bloei. De naalden zijn stevig, vierkant van doorsnede en vaak wat gekromd. De boom ontwikkelt krachtige, lange scheuten en kan in zijn natuurlijke omgeving uitgroeien tot een forse bergspar.
De naamgeving rond deze boom is in de loop der tijd veranderd. De vorm die wij destijds als var. notabilis ontvingen, wordt tegenwoordig niet door alle botanische bronnen op dezelfde manier behandeld en wordt ook in verband gebracht met heterolepis. Dat maakt oudere verzamelde planten en hun oorspronkelijke namen extra interessant. Binnen Picea asperata zijn bovendien verschillende vormen en variëteiten beschreven, waaronder ponderosa, retroflexa en aurantiaca. Die laatste is bijzonder zeldzaam en is slechts bekend uit een klein gebied ten westen van Kangding.
De drakenspar is een echte subalpiene soort en kan in de bergen van Sichuan tot ongeveer 3.800 meter hoogte voorkomen. Daar groeit hij onder omstandigheden waarin koude, sneeuw en een kort groeiseizoen de ontwikkeling sterk bepalen. Binnen dezelfde groep van nauw verwante sparren worden onder andere Picea abies, Picea koraiensis, Picea meyeri en Picea crassifolia genoemd.
Voor ons blijft echter vooral het verhaal achter de boom belangrijk. Een klein zakje zaad dat in 1998 van Nico Schellevis kwam, groeide uit tot acht bijzondere bomen in het Pinetum. En dankzij de ontwikkeling van die purperen kegels in het voorjaar van 2018 kreeg de naam drakenspar voor mij eindelijk een gezicht. Wanneer de kegels later in groepjes aan de takken hangen, is het niet moeilijk om er de klauwen van een draak in te herkennen.
Picea alcoquiana var. reflexa – Alcockspar
Picea alcoquiana var. reflexa – Alcock-spar is een bijzondere spar uit de berggebieden van Japan, waar de soort groeit in koele, vaak vochtige omstandigheden. De boom ontwikkelt een rustige en verfijnde uitstraling, met relatief korte, stevige naalden die dicht langs de twijgen staan. Bij deze vorm is het kleurverschil tussen de boven- en onderzijde van de naalden minder sterk uitgesproken dan bij de typische vorm, waardoor het kenmerkende tweekleurige effect veel subtieler is. De naalden hebben daardoor een meer gelijkmatige groene uitstraling, wat de boom een ingetogen karakter geeft. Juist zulke kleine verschillen tussen nauw verwante vormen zijn binnen een botanische verzameling interessant, omdat ze laten zien hoeveel variatie binnen één soort kan voorkomen. De Alcock-spar is daarmee geen boom die direct door opvallende kleuren de aandacht trekt, maar eerder door de verfijnde details van zijn naaldwerk en groeivorm.
Picea alcoquiana – Alcockspar
Picea alcoquiana – Alcockspar is een fraaie spar uit de berggebieden van Japan, waar hij van nature voorkomt op het eiland Honshu. De soort werd vroeger ook wel aangeduid als Picea bicolor, een naam die goed aansluit bij het opvallende kleurcontrast van het naaldwerk. De naalden zijn vierkant in doorsnede, vrij stijf en ongeveer 1 tot 2 centimeter lang en staan dicht opeen langs de twijgen. De bovenzijde is blauwgroen, terwijl aan de onderzijde brede witte huidmondjesstrepen zichtbaar zijn. Ook aan de bovenzijde zijn meestal twee smallere lichte strepen te zien. Hierdoor ontstaat een sterk contrast tussen het blauwgroene naaldwerk en de bijna zilverwitte onderzijde. Wanneer de takken bewegen, kan de boom daardoor steeds een iets andere kleurindruk geven. Juist de combinatie van de stijve naalden, de dichte naaldstand en het duidelijke kleurverschil maakt de Alcockspar tot een karakteristieke soort binnen een verzameling van bijzondere sparren.
Picea brachytyla – Tweekleurige Chinese spar
Picea brachytyla – Chinese spar is een bijzondere en in Nederland nog altijd vrij zeldzame spar uit de bergachtige gebieden van China. De soort groeit van nature op grotere hoogte en ontwikkelt een slanke tot brede kroon met vrij horizontaal tot licht afhangende takken. De schors is bij jonge bomen grijs en relatief glad, terwijl deze bij oudere exemplaren ruwer wordt. De naalden zijn vlak, vrij stevig en staan naar voren gericht langs de twijgen. Vooral de onderzijde is opvallend door de brede, zilverwitte huidmondjesstrepen, waardoor een mooi tweekleurig effect ontstaat wanneer de takken bewegen of vanuit een andere hoek worden bekeken. Juist deze subtiele combinatie van grijze schors en zilverachtig naaldwerk geeft de Chinese spar een verfijnde uitstraling. In 2022 heb ik zelf een exemplaar aangeschaft bij Bohle in Westerstede, Duitsland. Daarmee is deze zeldzame soort een mooie aanwinst voor het Pinetum en bovendien een spar die door zijn ingetogen kleuren gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, maar bij nadere beschouwing juist veel karakter laat zien.
Picea breweriana – Brewerspar / sluierpar
Picea breweriana – Brewerspar, ook wel sluierspar genoemd, is een van de meest karakteristieke sparren van Noord-Amerika. De soort komt van nature voor in het ruige Siskiyou-gebergte op de grens van Noord-Californië en Oregon, waar hij groeit op rotsachtige hellingen en in koele bergbossen. De Brewerspar groeit langzaam en kan uiteindelijk een indrukwekkende boom worden met een smalle, opgaande kroon. Vooral de lange, afhangende takken maken hem bijzonder: ze hangen sierlijk naar beneden en vormen bij volwassen bomen als het ware een groene sluier. De vlakke, stevige naalden staan naar voren gericht en hebben een opvallend glad en enigszins vettig aanvoelend oppervlak. Aan de uiteinden buigen ze licht naar buiten, waardoor de twijgen een sierlijk uiterlijk krijgen. Jonge scheuten hebben aanvankelijk een wat spruitachtige vorm, die later plaatsmaakt voor de karakteristieke neerhangende vertakking. In zijn vaak moeilijk toegankelijke leefgebied groeit de Brewerspar onder zware omstandigheden langzaam, maar juist daardoor kan hij uitgroeien tot een bijzonder karaktervolle boom met een bijna sprookjesachtige verschijningsvorm.
Picea chihuahuana – Chihuahuaspar
Picea chihuahuana – Chihuahuaspar is een zeldzame spar uit de Westelijke Sierra Madre van Mexico, vooral uit de deelstaten Chihuahua en Durango. Daar groeit hij op hoogten van ongeveer 2.300 tot 3.200 meter, in koele bergbossen en vaak langs vochtige ravijnen en op noordgerichte hellingen. Het is een boom die duidelijk is aangepast aan een heel ander klimaat dan dat van Nederland, met koele bergomstandigheden en een uitgesproken droge periode. Juist daarom raakt deze Chihuahuaspar mij. Ondanks alle aandacht en zorg die hij krijgt, lijkt hij hier maar moeilijk tot volle bloei te komen. Wat ontbreekt er? Misschien vraagt deze bijzondere boom simpelweg om meer tijd voordat hij zich volledig laat zien. Zijn natuurlijke groeiplaats, hoog in de Mexicaanse bergen, verschilt immers sterk van de omstandigheden hier. Pieter heeft deze prachtige bomen zelf gekweekt, waardoor ze hier überhaupt een plaats konden krijgen. Dat maakt ieder exemplaar extra bijzonder: achter deze ogenschijnlijk bescheiden boom schuilt een zeldzame soort uit een afgelegen bergwereld, die hier de kans krijgt om zich verder te ontwikkelen.
Picea crassifolia – Kokonorspar
Picea crassifolia – Kokonorspar, ook wel Qilian-spar genoemd, is een bijzondere spar uit de droge berggebieden van Centraal-China, vooral rond het Qilian-gebergte en in de provincie Qinghai. De soort groeit daar op grote hoogte, waar hij koude winters, droge omstandigheden en arme bodems moet doorstaan. De naalden staan opvallend radiaal rondom de takken, waardoor de twijgen een karakteristiek en bijna borstelachtig uiterlijk krijgen. De naalden zijn relatief breed en vierkant in doorsnede en geven de boom een stevige uitstraling. Ook de roodbruine jonge scheuten vallen op en vormen een mooi contrast met het groen van het naaldwerk. Op het eerste gezicht kan de Kokonorspar worden verward met de drakenspar (Picea asperata), maar de combinatie van de bredere naalden, roodbruine jonge twijgen en dichte naaldstand helpt om beide soorten van elkaar te onderscheiden. In zijn natuurlijke leefgebied groeit de Kokonorspar vaak samen met Pinus tabuliformis en Juniperus rigida, soorten die eveneens in Pinetum Quatrebras te vinden zijn. Het is een spar van ruige, hooggelegen landschappen, waar hij zich heeft aangepast aan een opmerkelijke combinatie van kou, droogte en schaarse groeimogelijkheden.
Picea engelmannii subsp. mexicana – Engelmanns spar
Picea engelmannii var. mexicana – Mexicaanse Engelmannspar is een prachtige, maar bij ons moeilijk te houden spar uit de hooggelegen berggebieden van Coahuila in het noordoosten van Mexico. Daar groeit deze bijzondere vorm op grote hoogte in een klimaat dat warmer en droger is dan de omstandigheden die we hier kennen. Het exemplaar in het Pinetum heeft bovendien regelmatig last gehad van luisaantasting, waardoor de ontwikkeling verder wordt bemoeilijkt. De blauwgroene naalden en de regelmatige sparvorm geven de boom desondanks een fraaie uitstraling. Tot nu toe blijkt deze Mexicaanse vorm onvoldoende winterhard om zich hier gemakkelijk te handhaven. Juist de moeite die het kost om hem hier gezond te houden, laat mooi zien hoe sterk een boom verbonden kan zijn met de omstandigheden van zijn natuurlijke leefgebied.
Picea engelmannii 'Purple Cure'
Picea engelmannii ‘Purple Cure’ – Engelmannspar is een bijzondere cultivar van de Engelmannspar, die van nature voorkomt in de hoge berggebieden van het westen van Noord-Amerika, van Canada tot New Mexico en Arizona. Daar groeit hij vaak dicht bij de boomgrens en is hij aangepast aan koude winters, zware sneeuwval en harde wind. De soort vormt meestal een slanke, kegelvormige kroon met blauwgroene naalden. Bij ‘Purple Cure’ zijn vooral de jonge scheuten opvallend: in het voorjaar kleuren ze intens purperrood en ook de jonge kegels kunnen een roodpaarse tint hebben. Naarmate de scheuten ouder worden, vervaagt deze kleur en sluit het nieuwe naaldwerk weer aan bij het blauwgroene geheel. Vooral in het voorjaar zorgt die korte periode van intense kleur voor een verrassend contrast met het oudere naaldwerk.
Picea koraiensis – Koreaanse spar
Picea koraiensis – Koreaanse spar is een bijzondere spar uit het noordoosten van China, Korea en het Russische Verre Oosten. De soort groeit vooral in koele, bergachtige gebieden en langs rivier- en beekdalen, waar hij is aangepast aan strenge winters en een relatief kort groeiseizoen. De boom blijft doorgaans wat kleiner dan veel andere sparrensoorten en vormt een smalle, kegelvormige kroon met dicht opeenstaande takken. De naalden zijn kort, stevig en donkergroen tot blauwgroen van kleur en staan rondom de twijgen, waardoor deze een volle en bijna borstelachtige indruk krijgen. De kegels zijn relatief klein, ovaal tot cilindrisch en hangen aan de takken. Ze zijn aanvankelijk groen of paarsachtig en verkleuren bij rijping naar bruin. De jonge kegels kunnen daardoor in het voorjaar een subtiel kleuraccent vormen. De schors is grijsbruin en wordt bij oudere bomen geleidelijk ruwer. Door zijn compacte groeiwijze, winterhardheid en dichte naaldwerk is de Koreaanse spar een karakteristieke soort uit de koude berggebieden van Oost-Azië.
Picea koyamae – Japanse grijsspar
Picea koyamae – Japanse grijsspar is een zeldzame spar uit de berggebieden van Centraal-Japan. De soort groeit van nature op koele, vaak vochtige berghellingen en komt voor in gebieden waar de omstandigheden in het groeiseizoen relatief gematigd zijn. De boom ontwikkelt een stevige, opgaande groeiwijze en vormt doorgaans een smalle, kegelvormige kroon. De naalden zijn relatief kort en stevig en hebben een blauwgroene tot grijsgroene kleur, waardoor de boom een ingetogen, bijna zilverachtige uitstraling krijgt. Jonge scheuten steken mooi af tegen het oudere naaldwerk en geven de boom vooral in het voorjaar extra karakter. Picea koyamae is geen snelle groeier, maar juist zijn rustige ontwikkeling en zeldzaamheid maken hem interessant voor een botanische verzameling. In Pinetum Quatrebras zijn twee exemplaren te bewonderen, waardoor deze bijzondere Japanse spar hier een mooi eigen plekje heeft gekregen. Voor liefhebbers van sparren is het bovendien een soort die laat zien hoeveel subtiele verschillen er binnen het geslacht Picea bestaan.
Picea likiangensis - Likiang-spar
Picea likiangensis – likiangspar is een bijzondere spar uit de bergachtige gebieden van Zuidwest-China, waar hij op grote hoogte groeit in ruige landschappen met koude winters en sterk wisselende omstandigheden. De soort vormt een groenblijvende boom met een regelmatige, vaak slanke kroon, vooral bij jonge exemplaren. De naalden hebben een blauwgroene tot grijsgroene kleur en kunnen de boom een opvallende, bijna zilverachtige uitstraling geven. De naalden staan dicht langs de twijgen en vormen daardoor een fraai contrast met de vaak donkerdere jonge scheuten. Een bijzonder kenmerk van Picea likiangensis is de grote variatie die binnen de soort voorkomt. Er zijn verschillende variëteiten en vormen die onderling kunnen verschillen in naaldkleur, groeivorm en vooral in de vorm en kleur van de kegels. Een opvallende vorm is Picea likiangensis var. rubescens, waarbij de jonge kegels een roodachtige tot roodpaarse kleur kunnen vertonen. Naarmate ze rijpen, verandert deze kleur geleidelijk. Juist deze variatie maakt de likiangspar interessant voor liefhebbers en verzamelaars van bijzondere coniferen: binnen één soort kunnen bomen voorkomen die er op belangrijke punten duidelijk verschillend uitzien.
Picea likiangensis var. montigena – Candelabraspar
Picea likiangensis var. montigena – Candelabraspar is een bijzondere bergspar uit de hooglanden van Zuidwest-China, waar hij groeit in koele bergbossen op grote hoogte. Daar is de boom aangepast aan koude winters, een relatief kort groeiseizoen en vaak wisselende omstandigheden. De vorm valt vooral op door de bijzondere stand van de naalden. Deze zijn naar boven gebogen en staan dicht langs de twijgen, waardoor de takken een bijna kaarsachtige indruk kunnen maken. Vooral wanneer het licht langs de bovenzijde van de takken strijkt, komt dit kenmerk mooi naar voren. De boom ontwikkelt doorgaans een compacte, regelmatig gevormde kroon en heeft het rustige, blauwgroene uiterlijk dat kenmerkend is voor veel vormen binnen Picea likiangensis. Juist de afwijkende naaldstand maakt de Candelabraspar binnen het Pinetum tot een interessante verschijning. Het is een mooi voorbeeld van de grote variatie die binnen één groep bergsparren kan voorkomen en laat zien hoe kleine verschillen in de stand van de naalden een boom een heel eigen karakter kunnen geven.
Picea likiangensis var. rubescens – Balfourspar
Picea likiangensis var. rubescens – Balfourspar heeft ons onlangs voor een kleine verrassing gezorgd. De boom leek aanvankelijk niet eenvoudig op naam te brengen, maar uiteindelijk gaven juist de kegels de belangrijke aanwijzing dat het om deze vorm van Picea likiangensis gaat. De variëteit komt van nature voor in de berggebieden van Zuidwest-China, waar hij op grote hoogte groeit in koele bergbossen. Net als andere vormen van Picea likiangensis is hij aangepast aan koude winters en een relatief kort groeiseizoen. Vooral de jonge kegels zijn interessant: deze kunnen een duidelijke roodachtige tot roodpaarse tint vertonen. Dat bijzondere kleurkenmerk sluit mooi aan bij de naam rubescens, die verwijst naar het rood worden. Naarmate de kegels verder ontwikkelen, verandert hun kleur geleidelijk en worden de verschillen minder uitgesproken. Het is mooi om te zien hoe juist de ontwikkeling van de kegels kan helpen om een boom binnen een botanische verzameling op naam te brengen. Bij bijzondere sparren zijn het soms niet de naalden of de groeivorm, maar juist zulke kleine details die uiteindelijk het antwoord geven.
Picea mariana – Zwarte spar
Picea mariana – zwarte spar is een karakteristieke boom van de uitgestrekte, koude bossen van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. Hij groeit tot ver in het noorden en is uitstekend aangepast aan lange, strenge winters, korte groeiseizoenen en uiteenlopende bodems. In het landschap maakt de boom vaak een wat donkere, ingetogen indruk, wat waarschijnlijk heeft bijgedragen aan zijn Nederlandse naam. De kroon is meestal smal en kegelvormig, waardoor hij goed herkenbaar is tussen andere naaldbomen. De bast is grijsbruin en schilfert onregelmatig af. De naalden zijn vierkant in doorsnede, vrij stijf en donkergroen, met aan de onderzijde twee duidelijke witte strepen. Vooral de kegels zijn interessant: ze verschijnen vaak in groepjes, zijn aanvankelijk opvallend donkerpaars en verkleuren tijdens het rijpen naar roodbruin. Na het openen kunnen de kegels nog jarenlang aan de takken blijven hangen. In zijn natuurlijke verspreidingsgebied groeit de zwarte spar onder zeer verschillende omstandigheden, van droge zandgronden tot koude, natte veengebieden. Juist die grote tolerantie en uitzonderlijke winterhardheid maken hem tot een kenmerkende spar van het noordelijke Noord-Amerikaanse landschap.
Picea meyeri – Meyerspar
Picea meyeri – Meyerspar is een compacte en dicht groeiende spar uit de berggebieden van Noord-China. De soort komt van nature vooral voor op de noordelijke hellingen van de provincies Shaanxi en Hebei, op hoogten van ongeveer 1.500 tot 2.700 meter. Daar groeit hij in koele bergbossen en is hij goed aangepast aan koude winters en moeilijke groeiomstandigheden. De boom ontwikkelt een vrij smalle, kegelvormige kroon met dicht opeenstaande, sterk omhoog gerichte takken, waardoor hij een opvallend gesloten en opgaand karakter krijgt. De naalden zijn relatief kort en stevig en geven de boom een rustige, gelijkmatige uitstraling. Picea meyeri is nauw verwant aan de drakenspar (Picea asperata) en Picea retroflexa en kan daar qua uiterlijk sterk op lijken. In 2017 hebben we twee zaailingen opgekweekt; op 26 september 2017 zijn ze in potten gezet, in afwachting van hun verdere ontwikkeling. In Borger staat een groter exemplaar, waarvan ook de foto's zijn gemaakt. Juist bij zo'n volwassen boom is mooi te zien hoe de karakteristieke dichte groei en de omhoog gerichte takken zich uiteindelijk ontwikkelen. Daarmee geeft deze soort binnen de verzameling een goed beeld van de variatie die binnen de Chinese bergsparren voorkomt.
Picea neoveitchii – Chinese tijgerstaartspar
Picea neoveitchii – Chinese tijgerstaartspar is een zeldzame spar uit Centraal-China, met name uit Gansu, Shaanxi, Sichuan en Hubei. Hij groeit vooral in bergachtige gebieden, vaak op droge hellingen. De naalden staan radiaal rondom de twijg en geven deze daardoor een volle, bijna borstelachtige indruk. Ze zijn vierkant van doorsnede en hebben aan de zijkanten meerdere rijen huidmondjes. Op foto's lijken die soms op kleine lijntjes, maar het zijn in werkelijkheid rijen van afzonderlijke huidmondjes. Ook de jonge scheuten veranderen duidelijk van kleur: in het eerste jaar zijn ze lichtgroen en in het tweede jaar verkleuren ze geleidelijk naar geelbruin. Juist daardoor ontstaat een mooi verschil tussen de frisse jonge groei en de oudere twijgen, waarbij de bijzondere naaldstand goed zichtbaar blijft.
Picea purpurea – Purperen kegelspar
Picea purpurea – purperen kegelspar laat zijn naam vooral in het voorjaar goed zien. Vanaf april verschijnen aan de uiteinden van de takken de opvallende paarsachtige vrouwelijke kegels, terwijl aan dezelfde boom ook kleinere mannelijke kegels kunnen verschijnen die het stuifmeel produceren. De paarse kegels steken fraai af tegen de frisse jonge scheuten en het oudere groene tot blauwgroene naaldwerk. De soort komt van nature voor in de berggebieden van China, waar hij op grotere hoogte groeit en gewend is aan koude winters en een relatief kort groeiseizoen. Hij vormt een regelmatige, kegelvormige kroon met dicht opeenstaande takken en stevige naalden. Vooral in de periode van de voorjaarsbloei krijgt deze spar een heel ander aanzien en zorgen de paarse kegels voor een opvallend kleuraccent.
Picea pungens – Blauwe spar
Picea pungens – blauwe spar is een opvallende boom, vooral wanneer hij op een goede zandgrond staat. De soort komt van nature uit de berggebieden van het westen van Noord-Amerika, waar hij groeit in koude winters, droge perioden en vaak op rotsachtige of goed doorlatende bodems. De boom vormt meestal een regelmatige, kegelvormige kroon met stevige takken. De stijve, scherpe naalden staan rondom de twijgen en kunnen opvallend blauwgrijs tot zilverblauw kleuren. Binnen de soort bestaat veel variatie en zijn talloze cultivars geselecteerd op onder andere naaldkleur, kroonvorm en groeiwijze. Een aandachtspunt is de gevoeligheid voor bladluizen, vooral op de jonge scheuten. Toch blijft juist de combinatie van krachtige groei, een strakke kroon en het opvallend blauwe naaldwerk een van de kenmerken waarmee deze spar direct de aandacht trekt.
Picea polita / torano – Tijgerstaartspar
Picea torano – tijgerstaartspar is een karakteristieke spar uit Japan, waar hij van nature voorkomt in de berggebieden van Honshu, Shikoku en Kyushu. Hij groeit vaak op vulkanische, goed doorlatende bodems en kan onder gunstige omstandigheden ongeveer 30 meter hoog worden. De brede, kegelvormige kroon wordt gedragen door stevige takken en de grijsbruine schors wordt met de jaren steeds ruwer en dieper gegroefd. De soort wordt tegenwoordig ook vaak aangeduid als Picea polita. Vooral de naalden vallen op: ze zijn donkergroen, hard en zeer scherp en staan rondom de twijgen, waardoor de takken bijna stekelig ogen. De langwerpige, hangende kegels kunnen 7 tot 10 cm lang worden en verkleuren tijdens het rijpen van groen naar bruin. Vooral wanneer je een tak van dichtbij bekijkt, is goed te zien waarom deze Japanse spar zijn Nederlandse naam heeft gekregen.
Picea smithiana – Himalayaspar
Picea smithiana – Himalayaspar is een prachtige spar uit de berggebieden van de Himalaya, waar hij voorkomt van Afghanistan en Pakistan tot India en Nepal. Hij groeit vooral op berghellingen en in koele bergbossen en kan uitgroeien tot een grote boom met een slanke, kegelvormige kroon. Vooral de jonge scheuten vallen op: ze zijn lang en sierlijk afhangend, waardoor de boom een elegante, bijna treurende uitstraling krijgt. Ook de naalden behoren tot de langste binnen het geslacht Picea. Ze zijn relatief zacht en frisgroen tot blauwgroen, waardoor het naaldwerk een luchtig en soepel aanzien krijgt. In ons klimaat is de soort niet altijd volledig winterhard en kunnen strenge winters schade veroorzaken. Toch blijft juist de combinatie van lange naalden en sierlijk overhangende scheuten een van de mooiste eigenschappen van deze Himalayaspar.
Picea orientalis 'Aurea' – Kaukasische spar
Picea orientalis ‘Aurea’ – Kaukasische spar is een bijzonder decoratieve cultivar die vooral in het voorjaar opvalt. De jonge scheuten lopen dan helder geel tot goudgeel uit en vormen een prachtig contrast met het oudere, donkergroene naaldwerk. Later in het seizoen wordt de kleur geleidelijk rustiger. De soort Picea orientalis komt van nature voor in de berggebieden van de Kaukasus en het noordoosten van Turkije, waar hij groeit in koele bergbossen en goed is aangepast aan koude winters. De Kaukasische spar staat bekend om zijn smalle, regelmatige groeivorm en zeer korte naalden. Bij ‘Aurea’ staan deze dicht opeen langs de twijgen, waardoor de takken een compacte uitstraling krijgen. Juist de combinatie van de fijne naaldstructuur en de opvallende goudgele voorjaarsgroei maakt deze cultivar tot een bijzondere verschijning in het Pinetum: een spar die het grootste deel van het jaar rustig oogt, maar in het voorjaar ineens alle aandacht trekt.
Picea schrenkiana – Kirgiezenspar
Picea schrenkiana – Kirgiezenspar hoort thuis in het indrukwekkende Tian Shan-gebergte van Centraal-Azië, waar hij tussen ongeveer 1.300 en 3.600 meter hoogte groeit. In dit ruige berggebied vormt hij uitgestrekte sparrenbossen, soms samen met de Siberische zilverspar, en is hij uitstekend aangepast aan zeer strenge winters en grote temperatuurverschillen. Volwassen bomen kunnen ongeveer 60 meter hoog worden en ontwikkelen een slanke, piramidale kroon. De naalden zijn relatief kort, stevig en donkergroen tot blauwgroen en staan dicht langs de twijgen. De groei is niet bijzonder snel, maar de soort kan onder de juiste omstandigheden wel zeer oud en indrukwekkend worden. In 2017 werden bij ons verschillende zaailingen opgekweekt. De naam schrenkiana verwijst naar de Duitse ontdekkingsreiziger en botanicus Alexander von Schrenk (1816–1876). Binnen de soort worden verschillende vormen onderscheiden, waaronder var. tianschanica. De hars van deze spar wordt in delen van het natuurlijke verspreidingsgebied plaatselijk gewonnen en voor uiteenlopende traditionele toepassingen gebruikt. Een boom die zijn afkomst niet verloochent: zelfs als jonge plant straalt hij iets uit van de harde omstandigheden waarin deze soort van nature moet zien te overleven.
Picea omorika – Servische spar
Picea omorika – Servische spar is vooral herkenbaar aan zijn slanke en elegante groeivorm. Van nature is deze zeldzame spar afkomstig uit een klein gebied langs de Drina, op de grens van het huidige Servië en Bosnië en Herzegovina. Daar groeit hij op steile, vaak moeilijk bereikbare hellingen en is hij goed aangepast aan koude winters. De boom vormt meestal een smalle, kegelvormige tot bijna zuilachtige kroon. De takken staan vrij horizontaal aan de stam, maar de uiteinden hangen sierlijk naar beneden. De naalden zijn relatief kort, met een blauwgroene bovenzijde en lichtere strepen aan de onderkant, waardoor de boom een subtiele zilverachtige glans krijgt. Binnen de soort kan de groeivorm variëren; een breder groeiend exemplaar is daarom niet per definitie een kruising. Het exemplaar aan de Kajuit in Lewenborg is een zuivere Picea omorika en laat prachtig zien waarom deze spar zo geliefd is: een smalle kroon, sierlijk afhangende takken en een bijna zuilachtige uitstraling. Daarmee is de Servische spar een bijzondere en elegante verschijning binnen het geslacht Picea.
Picea wilsonii – Wilsonspar
Picea wilsonii – Wilsonspar is een bijzondere spar uit de berggebieden van China, waar hij van nature voorkomt in onder andere Gansu, Hubei, Shaanxi en Sichuan. Daar groeit hij op grotere hoogte in koele bergbossen, waar hij goed is aangepast aan koude winters en wisselende weersomstandigheden. De boom vormt een vrij regelmatige, kegelvormige kroon met blauwgroene tot grijsgroene naalden die dicht langs de twijgen staan. Vooral de kegels vallen op: ze zijn relatief groot en steken duidelijk af tegen het naaldwerk. Naarmate de boom ouder wordt, komen deze kegels steeds mooier tot hun recht en geven ze de boom een heel eigen uitstraling. Daarmee is Picea wilsonii een rustige verschijning die vooral bij nadere beschouwing steeds meer details prijsgeeft.
Picea jezoensis - Jezo-spar
Picea jezoensis – Jezo-spar is een indrukwekkende naaldboom uit het koude noordoosten van Azië. Het natuurlijke verspreidingsgebied loopt van Kamtsjatka en het Russische Verre Oosten tot Japan en de Koerilen. De soort groeit vooral in bergachtige gebieden en koele naaldbossen en is goed aangepast aan lange winters en een relatief kort groeiseizoen. De Jezo-spar kan 30 tot 40 meter hoog worden en vormt een rechte stam met een brede, kegelvormige kroon. De naalden zijn blauwgroen tot donkergroen, relatief zacht en staan dicht langs de twijgen. Aan de onderzijde zijn vaak lichte huidmondjesstrepen zichtbaar, wat een subtiel tweekleurig effect geeft. De hangende, bruine kegels worden ongeveer 4 tot 8 centimeter lang. De combinatie van zachte naalden, hangende kegels en zijn goede aanpassing aan barre omstandigheden maakt Picea jezoensis tot een karakteristieke spar van het noordoosten van Azië.
Picea rubens - Canadese rode spar
Picea rubens – Canadese rode spar is een karakteristieke spar uit het oosten van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. Daar groeit hij vooral in koele, vochtige berggebieden en bossen. De boom kan ongeveer 20 tot 30 meter hoog worden en vormt een slanke, kegelvormige kroon met takken die dicht langs de stam staan. De naalden zijn kort, scherp en donkergroen en verspreiden bij kneuzing een opvallende harsachtige geur. De kleine kegels worden ongeveer 3 tot 5 cm lang en hangen aan de takken. Vergeleken met de gewone fijnspar (Picea abies) groeit de Canadese rode spar wat langzamer en blijven zowel de naalden als de kegels kleiner. De soort is goed winterhard en groeit graag op een zonnige plek in een koele, vochtige maar goed doorlatende bodem. Vooral de combinatie van de slanke kroon, fijne naalden en typische geur maakt deze Noord-Amerikaanse spar verrassend gemakkelijk te herkennen.
Picea glauca- witte spar
Picea glauca – witte spar komt van nature voor in Noord-Amerika, vooral in Canada en het noorden van de Verenigde Staten. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en groeit in uiteenlopende omstandigheden, van koude naaldbossen en heuvelachtige gebieden tot rivieroevers. De boom kan 15 tot 30 meter hoog worden en vormt meestal een smalle, kegelvormige kroon. De relatief korte, stevige naalden zijn blauwgroen tot grijsgroen en staan rondom de twijgen. De kleine, dunne kegels hangen aan de takken en verkleuren tijdens het rijpen van groen naar bruin. De witte spar is goed winterhard en kan op verschillende grondsoorten groeien. Zijn regelmatige groeivorm en rustige blauwgroene naaldkleur maken Picea glauca tot een karakteristieke Noord-Amerikaanse spar.
Picea glehnii - Glehn-spar
Picea glehnii – Glehn-spar komt van nature voor in het noordoosten van Azië, onder andere op Hokkaido en in het noorden van Honshu in Japan, op de zuidelijke Koerilen en in het zuiden van Sachalin. In 1861 werd de soort op Sachalin ontdekt door de Duitse botanicus en ontdekkingsreiziger Peter von Glehn, naar wie de boom later werd vernoemd. Het is een winterharde spar met een smalle, kegelvormige kroon en een roodbruine bast, die bij oudere bomen ruwer en schilferiger wordt. De naalden zijn kort, stevig en puntig, blauwgroen tot grijsgroen en staan dicht rondom de twijgen, waardoor het naaldwerk een volle indruk maakt. De kleine, cilindervormige kegels verkleuren tijdens het rijpen van groen of roodachtig naar bruin. De soort verdraagt bovendien vochtige en relatief voedselarme bodems, eigenschappen die goed passen bij zijn natuurlijke leefgebied. Vooral de combinatie van de dichte naaldstand, roodbruine bast en bescheiden kegels maakt deze Oost-Aziatische spar mooi om van dichtbij te bekijken.
Picea maximowiczii - Maximowicz' spar
Picea maximowiczii – Maximowicz' spar is een zeldzame spar uit Japan. De soort komt van nature voor in de bergachtige gebieden van Honshu, waar hij groeit in koele en vochtige bossen. De boom vormt een vrij slanke, kegelvormige kroon en is goed aangepast aan koude omstandigheden. De naalden zijn kort, stevig en vierkant van doorsnede, donkergroen van kleur en staan rondom de twijgen. De kegels zijn klein tot middelgroot, langwerpig en hangend. Ze zijn aanvankelijk groenachtig of paarsbruin en verkleuren bij rijping naar bruin. De grijsbruine schors wordt bij oudere bomen steeds ruwer en schilferiger. De combinatie van zijn slanke groeivorm, dichte donkergroene naaldwerk en bescheiden kegels maakt Picea maximowiczii tot een bijzondere verschijning binnen een verzameling van Japanse sparren.
Picea abies 'Acrocona' – Fijnspar · Picea abies 'Pendula Major' – Treurfijnspar · Picea asperata var. notabilis – Drakenspar · Picea alcoquiana var. reflexa – Alcockspar · Picea alcoquiana – Alcockspar · Picea brachytyla – Tweekleurige Chinese spar · Picea breweriana – Brewerspar / sluierpar · Picea chihuahuana – Chihuahuaspar · Picea crassifolia – Kokonorspar · Picea engelmannii subsp. mexicana – Engelmanns spar · Picea engelmannii 'Purple Cure' – Engelmanns spar · Picea koraiensis – Koreaanse spar · Picea koyamae – Japanse grijsspar · Picea likiangensis - Likiang-spar · Picea likiangensis var. montigena – Candelabraspar · Picea likiangensis var. rubescens – Balfourspar · Picea mariana – Zwarte spar · Picea meyeri – Meyerspar · Picea neoveitchii – Chinese tijgerstaartspar · Picea purpurea – Purperen kegelspar · Picea pungens – Blauwe spar · Picea polita / torano – Tijgerstaartspar · Picea smithiana – Himalayaspar · Picea orientalis 'Aurea' – Kaukasische spar · Picea schrenkiana – Kirgiezenspar · Picea omorika – Servische spar · Picea wilsonii – Wilsonspar · Picea jezoensis - Jezo-spar · Picea rubens - Canadese rode spar · Picea glauca - witte spar · Picea glehnii - Glehn-spar · Picea maximowiczii - Maximowicz' spar