Jeneverbessen - Juniperus
Wereldwijd zijn er ongeveer 60 soorten jeneverbessen (Juniperus). Ze komen van nature vooral voor op het noordelijk halfrond en groeien in uiteenlopende gebieden, van koude bergstreken tot warme en droge landschappen. Afhankelijk van de soort zijn de bladeren naaldvormig of schubachtig. De vrouwelijke kegels hebben bij veel soorten een besachtige vorm en kleuren bij rijping vaak blauw of blauwzwart. De volgende Juniperus-soorten zijn te bewonderen in Pinetum Quatrebras.
Juniperus bermudiana – Bermuda-jeneverbes
Juniperus bermudiana – Bermuda-jeneverbes is van nature afkomstig uit Bermuda, waar deze soort uitgroeit tot een karakteristieke boom van het eiland. Onder gunstige omstandigheden kan hij ongeveer 15 tot 16 meter hoog worden. De blauwgroene, naaldvormige bladeren en de besachtige kegels, die bij rijping blauw verkleuren, zijn kenmerkend voor de soort. Het exemplaar in Pinetum Quatrebras werd in 2010 aangeschaft bij Edwin Smits; in 2018 kwam daar een klein exemplaar uit Hongarije bij. Beide bomen worden met elkaar vergeleken om meer zekerheid te krijgen over hun identiteit en herkomst. Vooral de bijzondere stand van de naalden langs de twijgen valt op. In Bermuda is de soort sterk achteruitgegaan door een schimmelaantasting en tegenwoordig zeldzaam.
Juniperus chinensis 'Stricta' – Chinese jeneverbes
Juniperus chinensis ‘Stricta’ – Chinese jeneverbes is een door Philip geplante jeneverbes die in september 2011 mooi tot een driestammige vorm werd gesnoeid. Vooral de bast valt op en geeft de plant ook op oudere leeftijd extra structuur. De jonge, eerstejaars naalden hebben bij aanraking een opvallend vettig gevoel, een klein maar kenmerkend detail dat bij het bekijken van de plant gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. De combinatie van de bijzondere bast, de verzorgde driestammige groei en de verschillen tussen jong en ouder naaldwerk maakt deze cultivar ook van dichtbij de moeite waard.
Juniperus cedrus – Canarische jeneverbes
Juniperus cedrus – Canarische jeneverbes is een bijzondere jeneverbes van de Canarische eilanden, waar hij van nature voorkomt op Tenerife, La Palma, La Gomera, El Hierro en Gran Canaria. De soort groeit vooral in bergachtige gebieden en kan afhankelijk van de omstandigheden uitgroeien tot een kleine boom of een brede struik. De naalden zijn kort, tot ongeveer 1 cm lang, en hebben aan de onderzijde twee lichte strepen. Opvallend zijn de opgaande takken met sierlijk afhangende twijgen. Op Tenerife hebben we de soort in het indrukwekkende vulkaanlandschap rond de Teide gezien, waar nog enkele natuurlijke exemplaren voorkomen. Door eeuwenlange houtkap is de soort sterk achteruitgegaan, maar dankzij bescherming en herplant zijn inmiddels op verschillende plaatsen weer jonge bomen te vinden. De Canarische jeneverbes heeft daarmee niet alleen een fraai uiterlijk, maar vertelt ook het verhaal van een soort die ternauwernood aan verdwijnen is ontsnapt.
Juniperus chinensis 'Monarch' – Chinese jeneverbes
Juniperus chinensis ‘Monarch’ – Chinese jeneverbes is een cultivar met een krachtige, opgaande groei en een vrij smalle kroon. De soort Juniperus chinensis komt van nature voor in grote delen van Oost-Azië, waaronder China, Japan en Korea. Bij ‘Monarch’ vallen vooral de stevige, blauwgroene tot grijsgroene naalden en de dichte vertakking op. Zoals bij veel jeneverbessen kunnen aan één plant zowel jeugdnaalden als volwassen schubben voorkomen, afhankelijk van de leeftijd en de groeikracht van de scheuten. De takken blijven lang dicht bezet met groen, waardoor de plant ook in de winter een volle uitstraling houdt. Deze cultivar laat goed zien hoeveel variatie er binnen één jeneverbes-soort kan ontstaan door selectie op groeivorm en sierwaarde.
Juniperus communis ‘Hibernica’ – Ierse jeneverbes
Juniperus communis ‘Hibernica’ – Ierse jeneverbes is een bekende, slank groeiende cultivar van de gewone jeneverbes. De plant vormt een smalle, zuilvormige kroon met dicht tegen de takken aangedrukte, blauwgroene naalden. De soort Juniperus communis heeft van nature een zeer groot verspreidingsgebied en komt voor in grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika. ‘Hibernica’ werd geselecteerd vanwege zijn opvallend rechte en compacte groeivorm en wordt daardoor al lange tijd als sierplant aangeplant. De scherpe naalden staan in kransen van drie en geven de takken een fijn, regelmatig patroon. Bij vrouwelijke planten kunnen de bekende blauwzwarte jeneverbesbessen ontstaan, die pas na meerdere jaren rijpen. Vooral de strakke, opgaande vorm maakt deze cultivar gemakkelijk herkenbaar tussen de meer grillig groeiende jeneverbessen.
Juniperus communis – gewone jeneverbes
Juniperus communis – gewone jeneverbes is een van de meest wijdverspreide jeneverbessen ter wereld en komt voor in grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika. Ook in Nederland is het een inheemse soort, vooral bekend van droge zandgronden, heidevelden en open landschappen. De plant kan uitgroeien tot een kleine boom, maar blijft vaak struikvormig. De scherpe naalden staan in kransen van drie en hebben aan de bovenzijde een opvallende lichte lengtestreep. Aan vrouwelijke planten ontwikkelen zich de bekende blauwzwarte bessen, die pas in het tweede of derde jaar rijpen. Ze bevatten aromatische stoffen en worden onder meer gebruikt bij het maken van jenever. Juist doordat deze soort zowel in het Nederlandse landschap als in veel andere delen van het noordelijk halfrond voorkomt, vormt hij een mooie verbinding tussen onze eigen natuur en de internationale wereld van jeneverbessen.
Juniperus conferta 'Schlager' – kruipende jeneverbes
Juniperus conferta 'Schlager' – kruipende jeneverbes is een laagblijvende conifeer uit de kustgebieden van Japan en het Russische Verre Oosten. Deze cultivar vormt een brede, kruipende mat met blauwgroene, stekelige naalden en blijft ongeveer 20–30 cm hoog. Hij groeit het best in volle zon en op een droge, goed doorlatende en voedselarme bodem. Kenmerkend zijn zijn sterke droogtebestendigheid, goede wind- en zouttolerantie en wintergroene karakter. Door de dichte, spreidende groei is 'Schlager' bijzonder geschikt als bodembedekker op taluds, in rotstuinen en langs paden.
Juniperus davurica – Dahurische jeneverbes
Juniperus davurica – Dahurische jeneverbes is een wintergroene, langzaam groeiende jeneverbes die van nature voorkomt in Noordoost-Azië, waaronder Siberië, Mongolië, China en het Russische Verre Oosten. De soort groeit vaak als lage, breed spreidende struik en vormt dicht vertakte matten met blauwgroen tot donkergroen loof. Kenmerkend is de sterke winterhardheid en de uitstekende tolerantie voor droogte, wind en arme, stenige bodems. De plant kan zich goed aanpassen aan moeilijke groeiomstandigheden en behoudt ook in de winter zijn decoratieve uitstraling. Door zijn lage, natuurlijke groeiwijze is de Dahurische jeneverbes bijzonder geschikt voor zonnige, droge plekken, rotstuinen, taluds en natuurlijke beplantingen waar een sterke, onderhoudsarme groenblijver gewenst is.
Juniperus drupacea – Syrische jeneverbes
Juniperus drupacea – Syrische jeneverbes is een groenblijvende, langzaam groeiende jeneverbes die van nature voorkomt in bergachtige gebieden van Turkije, Syrië en Libanon. De soort kan uitgroeien tot een forse struik of kleine boom met een smalle, opgaande kroon en opvallend lange, stevige naalden die in drietallen rond de tak staan. Bijzonder zijn de grote, blauwgroene bessen, die tot de grootste vruchten binnen het geslacht Juniperus behoren en na rijping ongeveer twee jaar nodig hebben om volledig te ontwikkelen. De Syrische jeneverbes is goed winterhard, verdraagt droge omstandigheden en groeit van nature op kalkrijke, stenige bodems. Door zijn karakteristieke groeiwijze, grove naalden en opvallend grote bessen is het een bijzondere verschijning binnen de jeneverbesfamilie.
Juniperus scopulorum – Rocky Mountain-jeneverbes
Juniperus scopulorum – Rocky Mountain-jeneverbes is een wintergroene conifeer die van nature voorkomt in de bergachtige gebieden van het westen van Noord-Amerika, van Canada tot het noorden van Mexico. De soort groeit meestal als een smalle, opgaande boom en kan onder gunstige omstandigheden zo’n 10–15 meter hoog worden. Het loof is blauwgroen tot grijsgroen en bestaat voornamelijk uit kleine schubben, terwijl jonge planten ook naaldvormig loof kunnen hebben. Kenmerkend zijn de kleine, donkerblauwe bessen met een blauwgrijze waslaag, die vaak twee jaar nodig hebben om te rijpen. De Rocky Mountain-jeneverbes is zeer winterhard en goed bestand tegen droogte, wind en arme bodems, waardoor hij een sterke en karakteristieke boom is voor open, zonnige standplaatsen.
Juniperus recurva – hangende jeneverbes
Juniperus recurva – hangende jeneverbes is een groenblijvende conifeer die van nature voorkomt in de berggebieden van de Himalaya, van Afghanistan en Pakistan tot Nepal, Bhutan en Zuidwest-China. De soort groeit meestal als een grote struik of kleine boom en kan onder gunstige omstandigheden ongeveer 10–15 meter hoog worden. Kenmerkend zijn de lange, gebogen takken die sierlijk naar beneden hangen en waaraan blauwgroene, scherpe naalden dicht opeen staan. De soort is goed aangepast aan koude berggebieden en verdraagt droge omstandigheden en arme, goed doorlatende bodems. Vooral de karakteristieke hangende groeiwijze maakt deze jeneverbes bijzonder aantrekkelijk als solitair, waar de sierlijke takken alle ruimte krijgen.
Juniperus rigida – tempeljeneverbes
Juniperus rigida – tempeljeneverbes is een wintergroene conifeer die van nature voorkomt in China, Korea, Japan en het Russische Verre Oosten. De soort groeit meestal als een kleine tot middelgrote boom met een brede, opgaande kroon en opvallend stijve, scherp gepunte naalden die in drietallen rond de takken staan. Het loof is blauwgroen tot grijsgroen en geeft de boom een wat stekelig en robuust uiterlijk. Kenmerkend zijn de ronde, blauwzwarte bessen die vaak met een blauwachtige waslaag bedekt zijn en ongeveer twee jaar nodig hebben om te rijpen. De tempeljeneverbes is goed winterhard, verdraagt droogte en groeit graag op zonnige, goed doorlatende en eerder arme bodems. Door zijn stijve naalden en karakteristieke groeiwijze heeft hij een uitgesproken, bijna archaïsch uiterlijk.
Juniperus virginiana – rode ceder
Juniperus virginiana – rode ceder is een wintergroene conifeer die van nature voorkomt in het oosten en midden van Noord-Amerika. De soort groeit uit tot een middelgrote tot grote boom met een smalle, vaak zuilvormige kroon en kan ruim 20 meter hoog worden. Het jonge loof is naaldvormig en blauwgroen, terwijl oudere takken vooral schubvormig loof dragen. Bijzonder zijn de kleine, blauwgrijze bessen en het aromatische, roodbruine hout waaraan de boom zijn Nederlandse naam te danken heeft. De rode ceder is zeer winterhard, verdraagt droogte en arme bodems goed en kan zich aanpassen aan uiteenlopende omstandigheden. Vooral de dichte, wintergroene kroon en het geurende hout maken deze soort opvallend en waardevol als solitair of als karakteristieke boom in een landschappelijke beplanting.
Juniperus pseudosabina – eenzadige Turkse jeneverbes
Juniperus pseudosabina – eenzadige Turkse jeneverbes is een wintergroene jeneverbes uit bergachtige gebieden van Centraal-Azië, van Rusland en Oezbekistan tot Sinkiang in China, waar hij voorkomt op hoogten van ongeveer 2500–3300 meter. Deze soort staat bekend als een snelle groeier en doet het opvallend goed op kleiachtige grond. Een bijzonder kenmerk is dat hij, afhankelijk van leeftijd en groeiomstandigheden, zowel naaldvormig als schubvormig loof kan ontwikkelen; de naalden zijn meestal spits, terwijl de schubben dicht over elkaar heen liggen. Deze combinatie van twee loofvormen komt maar bij een beperkt aantal jeneverbessoorten voor. De twee exemplaren in Pinetum Quatrebras groeien bijzonder goed op de aanwezige kleigrond, die is vermengd met wat compost.
Juniperus oxycedrus – stekelige jeneverbes
Juniperus oxycedrus – stekelige jeneverbes is een groenblijvende jeneverbes die van nature voorkomt rond het Middellandse Zeegebied, van Portugal en Noord-Afrika tot Turkije en de Levant, waar hij groeit op zonnige, droge en vaak rotsachtige plaatsen tot ongeveer 1600 meter hoogte. De soort kan uitgroeien tot een forse struik of kleine boom en is goed herkenbaar aan zijn frisse, meerkleurige loof. Op iedere stekelige naald lopen twee opvallende grijzige tot witte strepen, met in het midden een groene strook; bij de gewone jeneverbes (Juniperus communis) is slechts één witte band aanwezig. De bessen rijpen in ongeveer twee jaar en verkleuren daarbij van groen naar roodbruin. De combinatie van de scherpe naalden, de bijzondere tekening en de heldergroene kleur maakt deze soort tot een opvallende verschijning in de collectie. Het exemplaar in Pinetum Quatrebras werd geschonken door Hans van Roon, beheerder van Pinetum Blijdenstein in Hilversum, en heeft daarmee ook een bijzondere herkomst binnen de Nederlandse pinetumwereld.
Juniperus pingii 'Loderi' – Yunnan-jeneverbes
Juniperus pingii 'Loderi' – Yunnan-jeneverbes is een bijzondere, langzaam groeiende, wintergroene conifeer die verwant is aan de jeneverbessen uit de hooggebergten van China. De cultivar 'Loderi' vormt een compacte, opgaande struik of kleine boom met dicht opeenstaande, blauwgroene tot grijsgroene naalden. Kenmerkend is de sierlijke, smalle groeiwijze en het zachte, zilverachtige uiterlijk van het loof, waardoor de plant ook in de winter een aantrekkelijk silhouet behoudt. De soort is afkomstig uit bergachtige gebieden van China, waar hij voorkomt op grote hoogten en daardoor goed aangepast is aan koude en arme omstandigheden. 'Loderi' groeit langzaam en heeft een goed doorlatende, niet te natte standplaats in de volle zon nodig. Door zijn compacte vorm en bijzondere loofkleur is deze cultivar vooral waardevol als solitair in een collectie, waar zijn trage groei en karakteristieke uitstraling goed tot hun recht komen.
Juniperus procumbens – Japanse matjeneverbes
Juniperus procumbens – Japanse matjeneverbes is een laagblijvende, wintergroene jeneverbes die van nature voorkomt in Japan, waar hij vooral groeit op zonnige, rotsachtige plaatsen en berghellingen. De soort vormt lange, liggende takken en blijft laag bij de grond, waardoor hij een dicht tapijt kan vormen. Het loof is blauwgroen tot grijsgroen en bestaat vooral uit scherpe, naaldvormige bladeren, wat de plant een karakteristiek stekelig uiterlijk geeft. Hij is goed bestand tegen droogte en arme, goed doorlatende bodems en verdraagt ook koude winters. Door zijn sterke kruipende groeiwijze is de Japanse matjeneverbes bijzonder geschikt als bodembedekker, voor rotstuinen en voor het bedekken van taluds, maar ook als opvallende plant in een coniferenverzameling.
Juniperus squamata – Himalaya-jeneverbes
Juniperus squamata – Himalaya-jeneverbes is een wintergroene, laagblijvende jeneverbes die van nature voorkomt in de berggebieden van de Himalaya en delen van China, Afghanistan en Myanmar, waar hij op grote hoogte groeit. De soort vormt meestal een brede, compacte struik met dicht opeenstaande takken en opvallend blauwgroen tot zilvergrijs schubvormig loof. Kenmerkend is de sterke kleurvariatie binnen de soort, waarbij sommige vormen bijna staalblauw kunnen zijn. Hij is goed winterhard en aangepast aan koude, droge omstandigheden en arme, stenige bodems. De combinatie van zijn compacte groei, bijzondere blauwgrijze kleur en sterke karakter maakt de Himalaya-jeneverbes tot een waardevolle soort voor rotstuinen, vakbeplanting en als opvallende solitair in een coniferenverzameling.
Juniperus indica – Indische jeneverbes
Juniperus indica - Indische jeneverbes is een extreem taaie, groenblijvende conifeer uit de cipresfamilie die inheems is in de hooggelegen, gure gebieden van de Himalaya. Dankzij zijn unieke aanpassingsvermogen overleeft deze plant moeiteloos op grensverleggende hoogtes tot wel 5.200 meter, waarbij zijn verschijningsvorm varieert van een kleine boom tot een platte, kruipende bodembedekker om de snijdende bergwinden te trotseren. De tweehuizige soort valt botanisch op door zijn glanzend zwarte bessen en compacte, schubachtige naaldbladeren. Binnen de lokale Tibetaanse en Nepalese bergculturen heeft de plant, die daar bekendstaat als Dhupi, een diepe spirituele betekenis gekregen; het sterk aromatische hout en de harsrijke naaldjes worden hier dagelijks geoogst en verbrand als traditionele wierook bij boeddhistische rituelen en medicinaal toegepast in de volksgeneeskunde.
Juniperus × media - hybride jeneverbes
Juniperus × media - hybride jeneverbes is een zeer populaire en oersterke gecultiveerde conifeer die is ontstaan uit een kruising tussen de Chinese jeneverbes (J. chinensis) en de zevenboom (J. sabina). In tegenstelling tot de wilde Indische jeneverbes is deze hybride specifiek gekweekt voor gebruik in tuinen en parken, waar hij wereldwijd wordt geprezen om zijn extreme winterhardheid, droogtetolerantie en lage onderhoudseisen. De plant groeit meestal als een brede, vaasvormige struik met elegant overhangende takken, bezet met felgroene tot goudgele, schubachtige naalden die een kenmerkende, scherpe geur verspreiden bij aanraking. Vanwege zijn dichte groeiwijze en het feit dat hij uitstekend bestand is tegen snoei en stedelijke luchtvervuiling, is deze hybride een van de meest ingezette bodembedekkers en haagplanten in de moderne landschapsarchitectuur.
Juniperus bermudiana – Bermuda-jeneverbes · Juniperus chinensis 'Stricta' – Chinese jeneverbes · Juniperus cedrus – Canarische jeneverbes · Juniperus chinensis 'Monarch' – Chinese jeneverbes · Juniperus communis 'Hibernica' – Ierse jeneverbes · Juniperus communis – gewone jeneverbes · Juniperus conferta 'Schlager' – kruipende jeneverbes · Juniperus davurica – Dahurische jeneverbes · Juniperus drupacea – Syrische jeneverbes · Juniperus scopulorum – Rocky Mountain-jeneverbes · Juniperus recurva – hangende jeneverbes · Juniperus rigida – tempeljeneverbes · Juniperus virginiana – rode ceder · Juniperus pseudosabina – eenzadige Turkse jeneverbes · Juniperus oxycedrus – stekelige jeneverbes · Juniperus pingii 'Loderi' – Yunnan-jeneverbes · Juniperus procumbens – Japanse matjeneverbes · Juniperus squamata – Himalaya-jeneverbes · Juniperus indica – Indische jeneverbes · Juniperus × media – hybride jeneverbes